Van stylist van de sterren tot ondernemer met een eigen creative agency The front row. Giovanni Laisina bouwde een carrière op in de wereld van mode, media en entertainment. Maar achter de glamour, events en bekende gezichten schuilt iemand die vooral waarde hecht aan familie, vriendschap en de simpele dingen in het leven. Voor She Builds vertelt hij over zijn jeugd, de kracht van netwerken, opnieuw beginnen en waarom hij tegenwoordig vaker nee zegt.
Van Tiel naar Amsterdam
Giovanni groeit op in een Molukse wijk in Tiel, grotendeels bij zijn opa en oma. Een hechte gemeenschap, maar ook een omgeving waarin bepaalde verwachtingen bestonden en sociale controle een grote rol speelde.
Zelf voelde hij al vroeg dat hij dingen graag op zijn eigen manier wilde doen. De verhuizing naar Amsterdam voelde dan ook als een bevrijding. Er ontstond ruimte om zichzelf creatief te ontwikkelen en nieuwe kansen te ontdekken.
Zijn liefde voor mode kreeg hij van huis uit mee. Vooral zijn opa was een belangrijke inspiratiebron. Iedere zondag ging de familie naar de kerk en zijn opa verscheen steevast strak in pak.
Mode werd zo al vroeg onderdeel van zijn leven, al wist Giovanni nog niet precies wat hij ermee wilde doen.
Eén kans die alles veranderde
In Amsterdam begint Giovanni in de evenementenwereld. Hij werkt mee aan grote festivals en is actief in het clubleven. Een periode waarin hij veel mensen leert kennen en ongemerkt een waardevol netwerk opbouwt.
Via een goede vriend krijgt hij zijn eerste stylingopdracht voor Kim Feenstra, die kleding nodig heeft voor de studiofinale van Expeditie Robinson.
Een stylingopleiding heeft hij nooit gevolgd.
“Sommige dingen heb je in je of niet.”
Die eerste opdracht zet veel in beweging. Nieuwe klanten volgen, onder wie Lange Frans, en zijn naam wordt steeds bekender. Hij werkt met verschillende bekende Nederlanders, doet magazinecovers en televisie en reist de wereld over voor zijn werk.
Fashion Weeks, award shows in Los Angeles en de gekste after party’s: Giovanni omschrijft die tien jaar bijna als een artiestenbestaan.
Toch is er volgens hem één ding dat minstens zo belangrijk is geweest als zijn creativiteit.
“Vooral in dit wereldje is netwerk echt goud. Het heeft me zoveel gebracht.”
Ondernemen is meer dan een goed idee
Samen met Erik Franzel lanceert Giovanni het kledingmerk The Internet. De lancering is groots, met veel bekende gezichten en aandacht voor het merk.
Toch blijkt een succesvolle start niet voldoende.
Giovanni combineert het merk met zijn drukke stylingwerkzaamheden en merkt dat een eigen onderneming niet iets is wat je er zomaar een paar uur per week bij doet.
Het merk stopt uiteindelijk, maar de ervaring levert hem een belangrijke ondernemers les op: een goed idee hebben is één ding, het momentum vasthouden is minstens zo belangrijk.
Een nieuw hoofdstuk
Inmiddels heeft Giovanni zijn carrière als stylist achter zich gelaten.
“Ik ben met stylingpensioen”, vertelt hij lachend.
Hij heeft naar eigen zeggen alles bereikt wat hij in die wereld wilde bereiken. Het werd tijd voor iets nieuws.
Met zijn creative agency The front row richt hij zich tegenwoordig op creatieve marketing en PR voor bedrijven. Hij organiseert activaties en evenementen en zorgt ervoor dat merken en bedrijven bij de juiste mensen onder de aandacht komen.
Zijn grootste kracht?
“Mijn kracht zit vooral in het verbinden van mensen en al het mooie wat daaruit komt.”
Toch vond hij het spannend om zijn nieuwe richting online te delen. Mensen kenden hem immers als stylist. Wat zouden ze denken wanneer hij ineens iets anders ging doen?
Achteraf vindt hij dat hij zijn nieuwe werkzaamheden veel eerder had moeten laten zien.
Een herkenbare gedachte voor veel ondernemers: soms ben je zo bezig met wat anderen van je verwachten, dat je vergeet dat je zelf mag bepalen welke richting je opgaat.
De keerzijde van succes
Wie Giovanni online volgt, ziet mooie restaurants, reizen, kleding en evenementen. Maar achter die beelden zit iemand die hard werkt en eigenlijk voortdurend bereikbaar is.
Ook heeft hij door de jaren heen geleerd dat niet iedereen dezelfde bedoelingen heeft. In een wereld waarin contacten en zichtbaarheid belangrijk zijn, is het soms lastig om te ontdekken wie er daadwerkelijk voor je is.
Zijn vriendengroep is tegenwoordig klein.
“Ik heb heel veel kennissen, maar heel weinig vrienden.”
De mensen die zijn gebleven, beschouwt hij als familie.
Wanneer ik hem vraag wat hij tegen zijn jongere zelf zou zeggen, hoeft hij niet lang na te denken.
“Vaker nee zeggen. En minder mensen pleasen.”
Jarenlang voelde Giovanni de behoefte om zichzelf te bewijzen. Door zijn achtergrond, de verwachtingen van anderen en het beeld dat mensen van hem hadden.
Inmiddels is die bewijsdrang minder geworden. Vooral tijdens de coronaperiode vond hij meer rust en ontdekte hij dat hij niet voortdurend hoeft te laten zien wat hij allemaal bereikt.
Wat blijft er over als alles wegvalt?
Misschien wel de mooiste vraag uit ons gesprek: wat blijft er van Giovanni over als morgen alles wat hij heeft opgebouwd zou verdwijnen?
Zijn antwoord gaat niet over geld, bekendheid of zijn netwerk.
Hij vertelt dat hij altijd zal kunnen terugkijken op een geweldig leven. Op alles wat hij heeft meegemaakt, de plekken waar hij is geweest en de mensen die hij heeft ontmoet.
Maar bovenal heeft hij zijn familie en een kleine groep vrienden die er ook zonder succes of privileges voor hem zullen zijn.
En hoewel zijn leven zich jarenlang afspeelde tussen bekende gezichten en grote evenementen, geniet hij zelf juist van eenvoudige momenten. Sporten met een vriend, op zaterdagochtend een smoothie halen of thuis met vrienden een film kijken.
Nog lang niet klaar
Met zijn creative agency The front row heeft Giovanni opnieuw grote ambities. Hij wil verder groeien en droomt ervan zijn werkzaamheden internationaal uit te breiden. Parijs, Londen of Milaan behoren tot de mogelijkheden.
En als geld geen rol zou spelen?
Dan zou hij morgen naar Los Angeles vertrekken. Een stad die al jaren een bijzondere plek in zijn hart heeft.
Zijn drive is in ieder geval niet verdwenen.
“Als ik iets wil, dan ga ik er echt voor.”
En dat is misschien precies wat zijn verhaal zo interessant maakt. Giovanni heeft zichzelf meerdere keren opnieuw uitgevonden, zonder zijn eerdere successen als eindstation te beschouwen.
Want soms betekent groeien niet dat je méér moet doen van wat je al deed, maar dat je durft te kiezen voor iets nieuws.


Ze is hoofdredacteur van Women’s Health, bepaalt mede welke vrouwen we op de cover zien en praat dagelijks over gezondheid, beweging en zelfbeeld. Je zou bijna denken dat Lara Steenvoorden het zelf allemaal wel heeft uitgevogeld. Maar juist dat beeld wil ze niet neerzetten. Want ook zij vergelijkt zichzelf. Ook zij voelt zich soms alleen. Ook zij zoekt naar balans. Misschien is dat precies waarom Lara zo goed begrijpt wat vrouwen vandaag nodig hebben: geen perfect plaatje, maar een eerlijk verhaal.
Wanneer je aan Women’s Health denkt, denk je misschien als eerste aan sporten. Aan gezonde voeding, strakke lichamen, hardloopschema’s en vrouwen die om zes uur ’s ochtends al een workout achter de rug hebben terwijl jij nog moet bedenken of je überhaupt uit bed wilt.
Maar dat is niet hoe Lara Steenvoorden naar het merk kijkt.
Sterker nog: toen ze in het sollicitatieproces terechtkwam voor haar huidige functie, wist ze al vrij snel dat ze het breder wilde trekken. Voor haar gaat gezondheid niet alleen over hoe fit je bent of wat je eet. Het gaat minstens zo veel over wat er in je hoofd gebeurt.
“Women’s Health is voor mij voor vrouwen die zowel mentaal als fysiek in beweging willen zijn. En dat kun je ook niet altijd zijn.”
Die laatste zin blijft hangen.
Je kunt niet altijd in beweging zijn.
En misschien is dat wel precies de nuance die we tegenwoordig een beetje zijn kwijtgeraakt.
Gezondheid is geen perfect plaatje
Want gezond leven is bijna een soort prestatie geworden. We meten onze stappen, slaap, calorieën, trainingen en herstel. Online zien we vrouwen die vroeg opstaan, sporten, gezond eten, werken, kinderen hebben en tussendoor blijkbaar ook nog tijd vinden om er fantastisch uit te zien. Klinkt best vermoeiend toch?
Lara ziet het dagelijks.
En ze vindt het soms zorgelijk.
“Gezondheid wordt steeds meer een flex.”
We laten vooral zien wat goed gaat. De transformatie. Het eindresultaat. De voor-en-nafoto. Maar veel minder vaak zien we wat ertussen zit.
De dag waarop het sporten niet lukt. Het moment waarop je jezelf helemaal niet sterk voelt. Of dat je hulp nodig hebt van een trainer, voedingsdeskundige of iemand die je mentaal verder helpt.
Juist dát proces vindt Lara interessant.
Niet alleen: kijk eens waar ik nu sta.
Maar: hoe ben ik hier gekomen?
Het is ook de richting die ze steeds duidelijker kiest met Women’s Health. Andere lichamen. Andere leeftijden. Andere verhalen. Niet alleen de vrouw die haar doel al heeft bereikt, maar ook degene die er middenin zit.
Toen Julia Heetman op de cover verscheen terwijl zij nog midden in haar eigen proces zat, kwamen daar veel reacties op. Vrouwen herkenden zichzelf ineens.
En dat is waar het Lara om gaat. Niet een cover waar je alleen maar naar kijkt en denkt: prachtig. Maar eentje waarbij je denkt: hé, zij lijkt misschien wel een beetje op mij.
En dan kijk je ineens ook anders naar jezelf
Dat Lara dagelijks bezig is met gezondheid betekent niet dat zij immuun is voor alles wat ze ziet.
Integendeel.
Toen ze begon in de mediawereld merkte ze dat ze zichzelf ineens veel meer ging vergelijken. Vanuit, zoals ze het zelf noemt, haar veilige dorpje in Brabant kwam ze terecht in het mediacircus van Amsterdam.
Events. Bekende mensen. Fitfluencers. Iedereen lijkt verzorgd, fit en volledig ‘aan’.
En natuurlijk doet dat iets.
“Dan denk ik ook: moet ik niet fitter zijn? Moet ik niet zus? Moet ik niet zo?”
Tegelijkertijd weigert ze zichzelf daarin kwijt te raken. Ze verschijnt net zo goed ergens zonder of met nauwelijks make-up. Niet omdat ze nooit onzeker is, maar omdat ze niet wil veranderen om in een bepaald plaatje te passen.
Dat verschil vind ik interessant.
Zelfverzekerd zijn betekent blijkbaar niet dat je nooit twijfelt.
Het betekent misschien veel meer dat je twijfelt, maar vervolgens niet automatisch naar die twijfel gaat handelen.
Lara weet inmiddels steeds beter waar ze voor staat.
En dat heeft ze moeten leren.
In het begin van haar functie liet ze zich gemakkelijker meenemen in de mening van anderen. Want ja, wat als iemand het er niet mee eens is? Wat als een keuze kritiek oplevert?
Tot ze zich realiseerde: ik ben hier juist neergezet om míjn visie neer te zetten.
“Ik heb vooral geleerd om heel erg mijn eigen visie te volgen en me daar ook aan vast te houden. En dat is niet makkelijk.”
Nee zeggen hoort daar inmiddels ook bij.
Ook tegen mensen die misschien graag op een cover willen, maar uiteindelijk niet passen bij het verhaal dat Women’s Health wil vertellen.
Want zichtbaarheid alleen is voor Lara nooit het doel.
Het moet ergens over gaan.


Achter een sterke vrouw zit niet automatisch een leven zonder struggles
We praten verder en het gesprek wordt persoonlijker.
Lara vertelt dat ze vijf jaar geleden uit elkaar ging. Haar kinderen waren toen nog heel klein: ongeveer vijf en negentien maanden.
Wat volgde was lange tijd vooral overleven.
Kinderen. Werk. Doorgaan.
Pas na een aantal jaren ontstond er weer wat ruimte voor haarzelf.
En dat vind ik herkenbaar aan dit soort verhalen. Soms denk je midden in een heftige periode helemaal niet: wat doet dit eigenlijk met mij?
Je gáát gewoon.
Tot het rustiger wordt.
En je ineens jezelf weer tegenkomt.
Lara vertelt dat ze na haar scheiding lange tijd vooral op de automatische piloot stond. Terwijl ze normaal juist uitgesproken is, energie heeft en overal iets van vindt, voelde ze een tijd lang veel minder vuur.
Langzaam kwam dat terug.
De zin om te maken. Om zichzelf te ontwikkelen. Om mensen te ontmoeten. Om ergens enthousiast van te worden.
Dat vuurtje is nu misschien wel een van haar grootste drijfveren. Want wat zij zelf heeft teruggevonden, wil ze ook bij andere vrouwen aanwakkeren.
Niet door te zeggen hoe ze moeten leven. Maar door iets te laten zien waardoor iemand zelf denkt: hé, misschien wil ik ook weer iets.
Gezondheid is meer dan hoe je eruitziet
Wat steeds terugkomt in ons gesprek, is dat Lara gezondheid breder wil maken dan alleen uiterlijk en sport.
Want hoe goed je schema ook is, hoe vaak je ook sport of hoe gezond je ook eet: als je mentaal niet lekker zit, voel je je uiteindelijk ook niet goed.
Daarom wil ze met Women’s Health niet alleen maar laten zien wat mensen zouden kunnen dóén, maar ook waarom ze iets doen.
Waarom wil je fitter zijn?
Waarom ben je zo streng voor jezelf?
Waarom moet alles beter?
En voor wie eigenlijk?
Dat zijn vragen die veel interessanter worden zodra je ze echt gaat stellen.
Lara probeert die nuance ook binnen Women’s Health steeds meer te laten zien. Beweging hoeft niet te betekenen dat je vijf keer per week in de sportschool staat. Als jij drie keer per week wandelt, ben je óók bezig.
En gezondheid hoeft niet te betekenen dat je lichaam aan één bepaald beeld voldoet.
De vraag is veel meer:
wat werkt voor jou?
Ook Lara voelt zich soms alleen
Er is nog iets waar Lara opvallend open over is.
Eenzaamheid.
Privé zit Lara in een fase waarin ze steeds beter ontdekt wat bij haar past. Veel vrienden om haar heen hebben inmiddels een relatie en bouwen samen aan hun leven. Soms merkt ze dat haar eigen leven daardoor anders loopt en dat kan best even confronterend zijn. “Er zijn momenten waarop ik me alleen voel,” vertelt ze eerlijk. Tegelijkertijd leert ze juist in deze periode steeds meer om haar eigen pad te volgen, haar leven op haar manier in te richten en te vertrouwen op wat er nog voor haar ligt.
En dan komen automatisch de vragen. Zit ik hier nog goed? Heb ik de juiste mensen om me heen? Waar hoor ik bij?
Misschien verwacht je zo’n zin niet direct van de hoofdredacteur van een groot vrouwenmerk.
Maar waarom eigenlijk niet? We zien iemands baan. Haar Instagram. Een event. Een mooie cover.
We zien niet de zaterdagavond waarop iemand zich alleen voelt. En precies daarom geloof ik zo in dit soort gesprekken.
Omdat het leven nooit uit één versie van iemand bestaat. Je kunt succesvol zijn én zoeken. Sterk zijn én je soms alleen voelen.
Zelfverzekerd zijn én voor de spiegel denken: moet ik niet fitter zijn?
Gelukkig zijn én dagen hebben waarop het gewoon even niet lukt.
Het één haalt het ander niet onderuit, het gevoel is menselijk en het mag er zijn. Welke leeftijd je ook hebt.
Van magazine naar echte verbinding
Misschien is het daarom ook niet verrassend wat Lara nog heel graag met Women’s Health wil bouwen.
Een club.
Niet alleen online. Juist fysiek.
Een plek waar vrouwen elkaar daadwerkelijk ontmoeten. Samen sporten, padellen, luisteren naar verhalen, experts ontmoeten of gewoon praten.
Want hoe verbonden we online ook lijken, Lara mist soms juist de echte verbinding.
“Waarom zijn we niet meer met elkaar bezig?”
Ze droomt van een community van gelijkgestemden. Niet alleen om elkaar op te vangen wanneer het slecht gaat, maar juist ook om mooie dingen te delen.
Om tegen een andere vrouw te zeggen: wat vet wat jij doet.
In plaats van meteen te kijken wat je ervan vindt.
Ze probeert dat ook in haar eigen team en werk door te voeren. Nieuwe stemmen krijgen kansen. Niet automatisch steeds dezelfde bekende namen, maar juist iemand die misschien nog geen enorm cv heeft en wél iets kan.
“Omdat ik dat zelf ook graag had gehad toen ik begon.”
Dat zegt veel over haar.
Liever echte vrouwen dan alleen bekende gezichten
Wat Lara misschien nog wel het meest typeert, is dat ze niet alleen geïnteresseerd is in de bekende naam.
Natuurlijk horen bekende vrouwen ook bij een groot merk als Women’s Health. Maar juist de verhalen van vrouwen die zichzelf melden, vindt ze interessant.
De vrouw uit een dorp ergens in Nederland die iets heeft meegemaakt.
Iemand die iets heeft opgebouwd. Iemand die nog midden in haar proces zit. Want herkenning zit lang niet altijd in bekendheid.
Sterker nog: soms juist niet.
We praten daarover omdat ik zelf ook merk dat ik veel liever een verhaal lees waarvan ik denk: zij zou mijn buurvrouw kunnen zijn, mijn vriendin, iemand die ik op school tegenkom.
Lara herkent dat.
En precies die balans probeert ze te zoeken. Niet alleen het perfecte, bekende gezicht.
Maar echte mensen, met echte levens offline.
In beweging zijn
Aan het einde vraag ik Lara wat ze hoopt dat vrouwen voelen nadat ze iets van Women’s Health hebben gelezen of gezien.
Ze moet lachen.
“Wow, oké. En het liefst: yes.”
Eigenlijk is dat precies wat content volgens haar moet doen. Je hoeft het er niet altijd mee eens te zijn. Je mag geïnspireerd raken, verbaasd zijn of zelfs een beetje boos.
Als het maar iets losmaakt.
“Want waarvoor maken we het anders?”
En daar zit uiteindelijk haar hele visie in.
Beweging, niet alleen fysiek.
Juist ook mentaal.
Een gedachte die verandert. Een grens die je eindelijk aangeeft. Hulp durven vragen. Weer gaan sporten. Een nieuwe vriendin maken. Toegeven dat je je alleen voelt. Of na een paar moeilijke jaren ineens merken dat er weer ergens een vuurtje begint te branden.
Lara heeft niet alle antwoorden.
En misschien maakt juist dát haar verhaal sterk. Ze staat niet aan de zijlijn om andere vrouwen te vertellen hoe het moet.
Ze staat er zelf middenin.
Als moeder. Als vrouw. Als hoofdredacteur. Als iemand die zichzelf soms vergelijkt. Die grenzen leert bewaken. Die zich soms alleen voelt. Die zoekt. Die groeit.
En die ondertussen een van de bekendste gezondheidsmerken voor vrouwen probeert te veranderen van een blad waar je naar kijkt, naar een plek waarin je jezelf kunt herkennen.
Het is misschien niet perfect maar wel echt.
En vooral: in beweging.
Waarom ben je gaan ondernemen?
Waar komt die drive vandaan?
Waarom lukt iets bij de één wel en bij de ander niet?
En wat maakt iemand eigenlijk een ondernemer?
Dat zijn vragen die ik oprecht interessant vind.
She Builds is niet ontstaan omdat ik dacht: er is nog ruimte voor een ondernemersplatform.
Het is ontstaan vanuit passie.
Ik ben ontzettend nieuwsgierig naar mensen. Naar wat iemand drijft, waarom iemand bepaalde keuzes maakt en wat er achter de buitenkant zit die we allemaal zien.
Want dat vind ik misschien wel het allermooiste aan mensen: iedereen heeft een verhaal.
Achter een succesvol bedrijf zit geen ‘ondernemer’. Daar zit een mens.
Iemand die ooit ergens begon. Die risico’s nam, fouten maakte, twijfelde, kansen zag of juist compleet per ongeluk op een bepaald pad terechtkwam.
En precies dát wil ik weten.
Wat maakt je een ondernemer?
Is dat lef?
Doorzettingsvermogen?
Een goed idee?
Commercieel inzicht?
Of is het juist nieuwsgierigheid? Kansen zien waar een ander ze niet ziet? Steeds opnieuw willen bouwen?
Sinds ik voor She Builds zoveel verschillende mensen spreek, merk ik vooral dat er niet één type ondernemer bestaat.
En dat vind ik mooi en heel erg interessant.
De één heeft een miljoenenbedrijf opgebouwd, de ander begint vanuit een kleine ruimte met iets waar hij of zij volledig in gelooft. De één wist op zijn twintigste precies wat hij wilde, de ander gooide op zijn veertigste het roer compleet om.
Ik ben niet alleen geïnteresseerd in waar iemand nu staat.
Ik wil weten hoe iemand daar gekomen is.
En toen kwam Een Kijkje bij
Vanuit diezelfde nieuwsgierigheid ontstond Een Kijkje bij.
Want na al die gesprekken merkte ik dat ik nóg nieuwsgieriger werd. Hoe ziet het er eigenlijk uit achter de schermen?
Waar begint de dag? Wie werken er? Hoe wordt iets gemaakt? Hoe is de sfeer? Wat gebeurt er allemaal voordat wij uiteindelijk een product, dienst of bedrijf zien?
Ik wil het graag zien, ik wil voelen en er vooral achter komen wat het inhoudt en wat de drive is. Een Kijkje bij is daarom eigenlijk precies waar She Builds voor mij om draait.
Niet alleen vertellen dát iemand iets moois heeft gebouwd, maar laten zien hoe.
De mooiheid van de mens
Misschien klinkt het groot, maar uiteindelijk is dat mijn grootste drijfveer achter She Builds: de mooiheid van de mens.
Iedereen heeft iets.
Een verhaal. Een talent. Een droom. Een gek idee. Een enorme drive. Een tegenslag die uiteindelijk iets anders in beweging heeft gezet.
Ik vind het bijzonder om daarnaar te mogen vragen.
En misschien nog wel mooier om die verhalen door te mogen vertellen.
Daarom She Builds.
Niet alleen omdat ik ondernemen interessant vind.
Maar omdat ik eindeloos nieuwsgierig ben naar de mens die erachter zit.
Liefs, Yasmin
“Deze glow is niet alleen skincare. Het is ook selfcare, selflove en hoe je tegen jezelf praat.”
Het is een zin die veel zegt over Inge, oprichter van DermaLab. Want hoewel haar bedrijf draait om huidverbetering, gaat haar verhaal over veel meer dan een mooie huid.
Over jarenlang leven volgens verwachtingen van anderen. Over een huwelijk dat eindigde en een werkelijkheid die daarna volledig op zijn kop kwam te staan. Over opnieuw beginnen met twee kinderen. En over het lef hebben om juist op een moment waarop bijna alle zekerheid wegvalt, te kiezen voor een idee dat al jaren ergens in haar hoofd zat.
Wat begon als een persoonlijke zoektocht naar betere huidverbetering voor thuis, groeide uit tot een snelgroeiend merk met internationale ambities. Maar de grootste transformatie vond misschien niet plaats in de ontwikkeling van DermaLab. Die vond plaats bij Inge zelf.
Voor She Builds vertelt ze openhartig over jezelf kwijtraken en terugvinden, de harde kanten van het ondernemerschap, haar ambitie om internationaal te groeien en waarom succes voor haar inmiddels over veel meer gaat dan omzet alleen.
‘Ik wist eigenlijk niet meer wie ik was’
Vraag Inge wie ze is als je alle functietitels weglaat en ze hoeft niet lang na te denken over waar haar verhaal begint.
Niet bij DermaLab. Niet bij haar studie. Niet bij haar carrière.
Maar bij zichzelf.
“Ik heb me bijna veertig jaar geplooid naar mensen, naar beelden en naar ideeën waarvan ik dacht dat ik eraan moest voldoen. Zo erg dat ik eigenlijk niet meer wist wie ik zelf was.”
Het klinkt bijna tegenstrijdig wanneer je haar achtergrond hoort. Inge komt uit een doktersfamilie en de verwachting lag min of meer klaar: ook zij zou richting geneeskunde gaan. Ze deed de ingangsexamens, maar vlak voordat de universiteit begon, besloot ze dat het niet haar wereld was.
Ze koos voor Toegepaste Economische Wetenschappen en belandde daarna bij KPMG.
Ook daar merkte ze hoe sterk haar behoefte was om te presteren. Een titel behalen. Bewijzen dat ze iets kon. Een plek innemen die aanzien had.
Totdat ze opnieuw voelde: dit ben ik niet.
Ze maakte een drastische overstap naar de cosmeticawereld en ging voor Babor Cosmetics werken. Om haar klanten echt te begrijpen, volgde ze daarnaast een avondopleiding tot schoonheidsspecialiste.
Daar kwamen twee werelden samen die later essentieel zouden blijken voor DermaLab: haar economische achtergrond en haar fascinatie voor de huid.
Maar er speelde nog iets.
Inge had zelf ernstige volwassen acne.
“Ik had pijnlijke ontstekingen. Soms kon ik ’s nachts amper op mijn wangen liggen.”
Werken voor een cosmeticamerk met onder andere producten tegen acne, terwijl haar eigen huid zichtbaar bleef worstelen, was confronterend. Ze werd er zelfs door klanten op aangesproken.
Juist daardoor begon ze anders te kijken.
Niet alleen naar wat je op een huid smeert, maar ook naar wat er onder de oppervlakte gebeurt. Stress. Voeding. Emoties. Hoe je leeft. Hoe je je voelt.
Het werd het begin van haar eigen zoektocht naar huidverbetering én persoonlijke ontwikkeling.

Achttien jaar horen dat je het niet kunt
Er zit een opvallende rode draad in het gesprek met Inge: ze weigert zichzelf alleen als slachtoffer van haar verleden te zien.
Dat betekent niet dat ze kleiner maakt wat er is gebeurd.
Integendeel.
Ze vertelt open over haar huwelijk en over de woorden die jarenlang tegen haar werden gezegd.
“Ik heb achttien jaar gehoord dat ik zonder hem niets was. Dat ik zonder hem geen Chanel-handtas zou hebben. Dat ik zonder hem niet in die auto zou rijden.” Ondertussen werkte ze naar eigen zeggen zeven dagen per week mee aan wat zij zag als gezamenlijke projecten.
“Als die zaadjes iedere dag in je hoofd worden geplant, begin je ze op een gegeven moment te geloven.”
Toen haar huwelijk eindigde, stortte de werkelijkheid in.
Inge bleef achter met haar twee kinderen. Haar ex-man had €3.000 cash op de keukentafel achtergelaten. In de weken daarna ontdekte ze naar eigen zeggen elf failliete bedrijven op haar naam waarvan ze niet wist dat ze op haar naam stonden. Ook ontdekte ze dat haar ex-man een dubbelleven had geleid.
Ze herinnert zich een week waarin ze nauwelijks functioneerde.
In een jogging door het huis. Niet wassen. Huilen. Scrollen op Instagram. En toen kwam een zin terug die iemand jaren eerder tegen haar had gezegd:
Als je naar iemand anders wijst, wijzen er altijd drie vingers naar jezelf.
Dat werd een kantelpunt.
Niet omdat ze daarmee de verantwoordelijkheid voor wat haar was aangedaan naar zichzelf schoof. Wel omdat ze begon te kijken naar het enige deel waar ze vanaf dat moment nog invloed op had: haar eigen keuzes.
“Hoezo heb ik achttien jaar toegelaten dat iemand zo tegen mij sprak? Hoezo heb ik dingen niet beter geregeld? Waarom ben ik gebleven?”
Het zijn harde vragen.
Maar juist daar begon volgens Inge haar weg terug.
Niets meer te verliezen
Er kwam een moment waarop bijna alles weg was. De financiële zekerheid. Haar huwelijk. Het huis. Auto’s. Het leven zoals ze dat kende. En gek genoeg ontstond daar ook ruimte.
“There is nothing more to lose.”
Want ergens in haar hoofd zat al jaren een idee.
Tijdens reizen was Inge ooit een naaldstempel voor thuisgebruik tegengekomen. Door haar eigen huidproblemen had ze jarenlang professionele behandelingen gehad, waaronder micro needling. Haar dermatoloog had haar ooit verteld dat een veilige manier om zo’n techniek thuis toe te passen interessant zou kunnen zijn.
De stempel die Inge tegenkwam, overtuigde haar niet.
Te pijnlijk. Niet hygiënisch genoeg. Niet ontwikkeld zoals zij dacht dat het zou moeten.
“Mijn eerste gedachte was: wat een domme ontwikkeling. Dit kan toch veel beter?”
Aanvankelijk zag ze er vooral een luxe sideproject in. Een product voor vrouwen zoals zijzelf, die honderden euro’s per maand aan hun huid konden uitgeven.
Totdat ze zelf ineens die vrouw niet meer was.
Waar ze voorheen makkelijk vijf-, zes-, zeven- of achthonderd euro per maand aan haar huid besteedde, moest ze na haar scheiding haar behandelingen annuleren.
En precies daar veranderde het idee.
“Toen dacht ik: dit is helemaal niet alleen voor luxe vrouwen. Wat met een alleenstaande mama die ook graag aan haar huid wil werken, maar niet iedere maand op een professionele stoel kan gaan liggen?”
DermaLab kreeg een andere betekenis.


Het schilderij waarmee alles begon
Inge begon producenten over de hele wereld te benaderen. De meeste deuren gingen dicht. Ze had een idee, ervaring en ambitie, maar nauwelijks geld. Tot één vrouw naar haar luisterde.
“Ik heb letterlijk gezegd: ik kan je zelfs geen €5.000 storten. Je zult het moeten hebben van het potentieel dat je in mij ziet.”
Twee maanden later ontving ze onverwacht een pakketje.
Daarin zat een verbeterde versie van de stempel, ontwikkeld op basis van haar visie, samen met de eerste serums.
“Ik krijg nog altijd koude rillingen als ik dat vertel.”
Vanaf dat moment ging het snel.
Ze testte, verbeterde en schakelde haar huidtherapeut en dermatoloog in voor kennis over ingrediënten, samenstellingen en veiligheid.
Maar voor een eerste bestelling was geld nodig. Er was nog één schilderij dat ze in bezit had van waarde.
Ze verkocht het. Met de opbrengst kocht ze haar eerste voorraad in. Geen grote investeerder. Geen financiële buffer.
Eén schilderij.
En een idee waarin ze geloofde.
Lanceren met 280 volgers
In maart en april 2024 begon Inge voorzichtig met DermaLab op social media. Wat quotes. Content over skincare.
Een paar maanden later, in juni, ging het merk officieel live.
Met 280 volgers.
De eerste maand draaide ze naar eigen zeggen €7.500 omzet, volledig online.
Daarna kwam een telefoontje dat veel veranderde.
De dermatoloog die Inge jarenlang had geholpen met haar eigen acne wilde het product als eerste inkopen voor haar kliniek.
Daarmee ging een deur open naar de professionele markt.
“Het eerste jaar heb ik eigenlijk geen enkele koude prospect hoeven benaderen. Uit de ene B2B-aankondiging kwamen weer nieuwe geïnteresseerden.”
DermaLab begon te groeien.
Niet alleen als online merk, maar ook via professionals.
En Inge groeide mee.
Meer dan een mooi cosmeticamerk
Wat Inge absoluut niet wilde, was nóg een cosmeticamerk bouwen dat vooral mooie beloftes verkoopt.
Ze wilde aantoonbare huidverbetering en een product dat voor thuisgebruik ontwikkeld is, maar voortkomt uit kennis van professionele behandelingen. De missie daarachter is minstens zo belangrijk. Iedere vrouw de mogelijkheid geven om haar glow terug te claimen.
En dat woord glow betekent voor Inge inmiddels veel meer dan een mooie huid.
Ze vertelt over initiatieven rond kerst waarbij alleenstaande moeders hun verhaal kunnen insturen en vanuit DermaLab behandelingen krijgen aangeboden.
Omdat ze precies weet hoe het voelt wanneer zelfs iets als goed voor jezelf zorgen ineens een luxe wordt.
Maar ze blijft ook voorzichtig in haar claims.
Een huidprobleem staat volgens haar niet altijd op zichzelf. Bij acne kunnen bijvoorbeeld hormonale factoren of voeding meespelen. Pigmentatie kan terugkomen wanneer iemand zich onvoldoende tegen de zon beschermt.
DermaLab moet daarom geen wondermiddel zijn.
Het moet een serieus huidverbeteringsmerk worden.
‘Waar ben ik aan begonnen?’
Wie alleen naar de buitenkant kijkt, ziet een merk dat in korte tijd hard groeit.
Inge ziet ook de andere kant.
“De afgelopen twee jaar heb ik misschien wel honderd momenten gehad waarop ik dacht: waar ben ik aan begonnen?”
Het eerste halfjaar werkte ze zeven dagen per week en sliep ze naar eigen zeggen ongeveer zes uur per nacht.
Tussendoor probeerde ze er voor haar kinderen te zijn.
“Dan stuurde ik een berichtje: lieve schatten, we doen dit samen. Ik wil ervoor zorgen dat we weer kunnen leven richting wat wij normaal vinden.”
Daarna kwam een nieuwe fase: een team.
Op het moment van ons gesprek heeft Inge drie mensen vast in dienst naast zichzelf, is ze bezig twee nieuwe mensen te werven en werkt ze daarnaast met vaste freelancers.
Dat betekent groeien.
Maar ook leidinggeven.
En dat laatste vindt ze soms moeilijker dan ondernemen zelf.
“Ik vind mensen managen verschrikkelijk. Het kost ontzettend veel tijd en soms moet je beslissingen nemen die pijn doen.”
De dag voor ons gesprek moest ze iemand ontslaan.
Met tranen in haar ogen bracht ze de aangetekende brief naar de post.
Maar als startup, zegt ze, kun je het je niet permitteren dat één persoon het functioneren van een heel team beïnvloedt.
Dus schakelt ze door.
“Even een traan eruit. En daarna: komaan Inge. Dit is weer die les die nodig is om het volgende niveau te kunnen dragen.”
De angst dat het morgen weg kan zijn
Achter haar ambitie zit nog steeds onzekerheid.
Wanneer ik haar vraag waar ze als ondernemer het meest bang voor is, volgt geen ingewikkeld antwoord.
Dat alles ineens stopt.
“Dat niemand het product morgen nog wil. Dat niemand het nog interessant vindt. Dat het allemaal weer verloren kan gaan.”
Die angst komt ergens vandaan.
Inge heeft al eens meegemaakt hoe een opgebouwd leven in korte tijd uit elkaar kan vallen.
Dus wanneer een maand rustiger is, voelt ze dat.
Tegelijkertijd leert ze steeds beter om ondernemer te zijn. Niet alleen investeren in zichtbaarheid, shoots, evenementen en groei, maar ook reserves opbouwen. Accepteren dat een zomermaand rustiger kan zijn. Data verzamelen. Vooruitkijken.
En misschien wel het moeilijkste voor iemand die het liefst alles zelf bewaakt: loslaten.
“Ik ben echt een soort helikoptermoeder op kantoor.”
Ze lacht, maar ze weet dat het haar volgende groeipunt is.
Niet overal bovenop zitten. Haar team vertrouwen. Ruimte creëren om zelf bezig te zijn met de dingen waarmee zij DermaLab verder kan brengen.
Van België naar de rest van Europa
Klein denken past niet echt bij Inge.
Nederland staat nadrukkelijk op de agenda en ook vanuit Spanje, Frankrijk en de Emiraten komen volgens haar aanvragen binnen.
Toch zegt ze niet overal direct ja op. Internationale groei klinkt aantrekkelijk, maar iedere nieuwe markt vraagt mensen, geld, kennis en aandacht. Haar uiteindelijke droom is helder: DermaLab uitbouwen tot een internationaal bekend nichemerk voor huidverbetering, thuis én via professionals.
Als we elkaar over vijf jaar opnieuw spreken?
Dan hoopt ze dat DermaLab een stevige positie in Europa heeft opgebouwd en ook in de Emiraten aanwezig is.
Zelf ziet ze zichzelf dan misschien met haar kinderen in Spanje wonen.
En ze hoopt op iets wat bijna nog groter klinkt dan internationale groei:
rust.
“Ik wil met veel meer ease ondernemen. Meer rust voor mezelf hebben en die rust ook kunnen uitstralen naar mijn team.”
Ze moet er zelf een beetje om lachen.
Misschien is dat, met haar karakter, wel de grootste uitdaging van allemaal.
‘Deze glow is niet alleen skincare’
Aan het einde van ons gesprek komt alles eigenlijk samen.
Haar huid. Haar huwelijk. De scheiding. Het ondernemerschap. DermaLab. Haar kinderen. De vrouw die ze vroeger was en de vrouw die ze nu probeert te zijn.
Inge wil in de toekomst meer betekenen voor mensen die, zoals zij het noemt, rock bottom hebben geraakt.
Dat kan door een scheiding zijn. Het verlies van iemand van wie je houdt. Een faillissement. Of simpelweg doordat je jezelf ergens onderweg bent kwijtgeraakt.
“Ik wil het verhaal vertellen van jezelf terugvinden en van daaruit weer gaan stralen.”
Want een glow koop je volgens haar uiteindelijk niet alleen in een potje.
“Deze glow is niet alleen goede skincare. Het is ook selfcare. Selflove. Goede voeding. En vooral: hoe praat je tegen jezelf? En hoe laat je toe dat andere mensen tegen jou praten?”
Misschien is dat uiteindelijk wel waar het verhaal van Inge en DermaLab samenkomt.
Een merk dat draait om huidverbetering, gebouwd door een vrouw die zelf opnieuw moest ontdekken wie ze was en wat ze kon.
Niet ondanks alles wat er gebeurde.
Maar voor een deel juist daardoor.
En misschien is dat wel de belangrijkste glow die er bestaat: weer durven kijken naar de persoon in de spiegel en weten dat je vanaf daar verder kunt.
Onlangs heb ik een ademsessie gedaan bij Marjan van Breathingworkx, en wat een bijzondere ervaring was dat. Ik ging er open in, zonder precies te weten wat ik kon verwachten.
Marjan creëerde direct een veilige en ontspannen sfeer, waardoor ik me volledig kon overgeven aan het proces. Tijdens de sessie ontdekte ik opnieuw hoe krachtig iets eenvoudigs als ademhalen eigenlijk kan zijn.
Door bewust en diep te ademen kwam ik steeds meer uit mijn hoofd en in mijn lichaam. Het voelde alsof spanning, drukte en opgebouwde emoties langzaam ruimte maakten voor rust en ontspanning. Ik voelde me steeds lichter worden en ervoer een diepe kalmte die ik al lang niet meer had gevoeld.
Het meest opvallende moment kwam eigenlijk pas toen ik thuiskwam. Mijn omgeving keek me aan en vroeg wat er met me aan de hand was. Ze dachten serieus dat ik high was. Gelukkig kon ik alleen maar lachen, want ik moest meteen denken aan wat Marjan tijdens de sessie zei: “High on your own supply.” En eerlijk? Zo voelde het ook.
Niet wazig of afwezig, maar juist ontspannen, licht, helder en volledig aanwezig. Alsof mijn lichaam en geest eindelijk weer op dezelfde golflengte zaten. Die avond heb ik heerlijk geslapen. Geen eindeloze gedachten, geen drukte in mijn hoofd. Gewoon rust. Echte rust.
Ook de dagen daarna merkte ik dat ik meer ontspannen was en makkelijker kon relativeren. Deze sessie heeft me laten ervaren dat ademwerk veel meer is dan alleen een ademhalingsoefening. Het is een manier om dichter bij jezelf te komen, spanning los te laten en ruimte te creëren in zowel lichaam als geest.
Ik kijk met veel dankbaarheid terug op deze ervaring. Soms heb je geen ingewikkelde oplossingen nodig. Soms begint alles gewoon met een ademhaling.
Ben je nieuwsgierig naar wat ademwerk voor jou kan betekenen? Dan kan ik een sessie bij Marjan van Breathingworkx zeker aanraden. Voor mij was het een waardevolle ervaring die nog lang zal nazinderen.
Liefs, Yasmin
Sommige mensen weten al jong wat ze later willen worden. Niet omdat iemand het ze influistert. Niet omdat het verstandig klinkt. Maar omdat er eigenlijk nooit een ander scenario is geweest.
Voor Pleun Bierbooms was dat zingen.
Als kind bouwde ze haar eigen podium, stond ze voor de spiegel en was muziek haar uitlaatklep. Haar moeder zong thuis als hobby en muziek was er simpelweg altijd. Toen andere kinderen nadachten over wat ze later misschien wilden worden, wist Pleun het eigenlijk al.
Zangeres.
Niet: misschien ooit. Gewoon: dit is wat ik wil.
Die overtuiging is opvallend, zeker als je bedenkt hoe grillig de muziekindustrie kan zijn. Talent alleen is er nooit een garantie. Je kunt een geweldige stem hebben en toch niet worden gedraaid. Een nummer maken waar maanden werk in zit en nauwelijks worden gehoord. Of worden afgewezen, om een jaar later ineens een televisieprogramma te winnen.
Pleun heeft inmiddels vrijwel alle kanten daarvan gezien.
En misschien is dat wel het interessantste aan haar verhaal.
Want achter de vrouw die op een podium moeiteloos haar stem laat horen, zit óók iemand die heeft moeten uitzoeken wie ze eigenlijk is wanneer anderen niet voor haar bepalen welke kant ze op moet.
Als het dit jaar niet lukt, dan volgend jaar
Een jaar voordat Pleun The Voice of Holland won, werd ze afgewezen. Voor veel mensen zou dat het moment kunnen zijn waarop twijfel toeslaat. Misschien ben ik toch niet goed genoeg. Misschien moet ik iets anders gaan doen.
Pleun dacht iets anders.
Dan volgend jaar maar weer.
Afwijzing ziet ze niet automatisch als een eindpunt. Ze noemt de bekende uitspraak rejection is redirection: als iets niet lukt, probeer je een andere route. En als er bij een volgende auditie opnieuw niemand zou draaien? Dan zou ze zich gewoon nóg een keer aanmelden.
“Ik wilde het gewoon heel graag.”
Het klinkt bijna eenvoudig. Maar misschien zit daar juist iets belangrijks in. Doorzetten hoeft niet altijd groots en meeslepend te zijn. Soms betekent het simpelweg dat je na een nee besluit dat je droom nog steeds dezelfde is.
Die tweede poging veranderde alles.
Op haar achttiende won Pleun The Voice of Holland.
En van het ene op het andere moment was ze niet langer alleen een jong meisje dat graag zong. Ze was een artiest van wie iets werd verwacht.


Achttien jaar en ineens moet je het allemaal weten
Van buitenaf lijkt het winnen van zo’n programma misschien het ultieme startpunt. Je hebt bekendheid. Een publiek. Mensen kennen je naam. De deuren gaan open. Maar er gebeurt tegelijkertijd iets anders.
Je moet ineens volwassen beslissingen nemen terwijl je eigenlijk nog maar net volwassen bént.
Pleun omschrijft die periode als een rollercoaster. Ze voelde zich vroeger vaak ouder dan ze daadwerkelijk was, maar terugkijkend ziet ze ook gewoon een heel jong meisje.
En toch werd er van haar verwacht dat ze wist hoe de muziekindustrie werkte. Muziek maken. Uitbrengen. Optreden. Beslissingen nemen. Een artiest zijn.
“Iedereen denkt dat je maar weet hoe alles werkt.”
Dat vond ze misschien wel een van de moeilijkste kanten van die periode. Niet de dingen die later rondom The Voice naar buiten kwamen daar heeft Pleun naar eigen zeggen zelf niets negatiefs van meegemaakt maar vooral de enorme hoeveelheid verwachtingen die plotseling op haar schouders terechtkwam.
Want hoe weet je op je achttiende al precies wie je bent als artiest?
Pleun wist het niet.
En eigenlijk is dat achteraf gezien helemaal niet vreemd.
Muziek maken die niet helemaal als jij voelt
Na The Voice kwam er muziek.
Maar Pleun voelde al snel dat niet alles wat ze uitbracht volledig bij haar paste.
Niet omdat de mensen om haar heen verkeerde bedoelingen hadden. Niet omdat ze ergens met grote spijt op terugkijkt. Maar omdat ze zelf nog niet wist wat haar eigen geluid eigenlijk was.
“Gisteren zat ik nog op school,” zegt ze daarover in ons gesprek. En ineens moest ze muziek uitbrengen.
Wie ben je als persoon?
Wie ben je als artiest?
Wat wil je maken?
Het zijn vragen waar sommige mensen jaren over doen. In de muziekindustrie moet er ondertussen gewoon iets verschijnen.
Er moet een liedje komen.
Een richting.
Een verhaal.
Een label.
En juist dat laatste is iets waar Pleun zich steeds minder prettig bij voelt. Het idee dat een artiest één duidelijk hokje moet kiezen en daar vervolgens vooral in moet blijven. Want misschien wil ze vandaag een Nederlandstalige uptempo-song maken en morgen een grote Engelstalige ballad.
Waarom zou dat niet allebei mogen?
“Het mag gewoon allemaal.”
Het lijkt een kleine uitspraak, maar eigenlijk zegt die veel over waar Pleun nu staat.
Even niet meer ‘dat meisje van The Voice’
Er kwam een periode waarin Pleun behoefte had aan een frisse start.
Ze bracht muziek uit onder een andere artiestennaam en werkte samen met Wouter Hardy, de producer achter Arcade. Het werd een Engelstalig project, met een meer internationale oriëntatie.
Voor Pleun betekende die periode vooral dat ze even los wilde komen van het etiket dat jarenlang aan haar bleef kleven.
Ze wilde niet altijd “dat meisje van The Voice” zijn.
Ze wilde serieus genomen worden om haar muziek. Om haar stem. En misschien nog belangrijker: voor het eerst bouwde ze het project echt zelf.
Met mensen die zij om zich heen verzamelde. Haar eigen werk. Haar eigen keuzes. Haar eigen tempo.
Juist daardoor bracht die periode haar dichter bij zichzelf.
Ze leerde hoe je een project van begin tot eind maakt. Hoe muziek wordt opgenomen, uitgebracht en gepromoot. Maar ze ontdekte tegelijkertijd iets anders.
Een andere naam kan een nieuw hoofdstuk markeren, maar uiteindelijk bleef zij gewoon Pleun.
En daar hoefde ze niet meer van weg.
De droom mag veranderen zonder kleiner te worden
Lange tijd keek Pleun nadrukkelijk naar het buitenland.
Internationaal doorbreken. De wereld over. Groot dromen.
Die ambitie is niet verdwenen. Als ze morgen de kans krijgt om de wereld rond te touren, zal ze waarschijnlijk niet lang hoeven nadenken.
Maar haar blik is veranderd.
Ze merkte dat ze jarenlang zo gefocust was geweest op iets groots en internationaals, dat ze bijna vergat hoeveel moois er dichterbij mogelijk is.
Een carrière in Nederland.
Nederlandstalige muziek.
Mooie optredens.
Eigen shows.
Mensen raken.
Kunnen leven van wat ze het allerliefste doet. Dat is geen kleinere droom. Misschien is het juist een concretere geworden.
“Ik denk dat ik altijd veel te jong was en dat ik nu op een punt ben dat ik het beter begrijp en beter weet wat ik wil.”
Er zit iets moois in die constatering.
We zijn gewend om groei te koppelen aan méér. Groter. Verder. Internationaler. Meer streams. Meer volgers. Grotere zalen. Maar volwassen worden in je ambitie kan ook betekenen dat je ontdekt welk succes daadwerkelijk bij jóú past.


Honderdduizend keer geluisterd
Pleun begon recent muzikaal opnieuw.
Een nieuw Spotify-account. Voor het eerst een Nederlandstalige solorelease. In zekere zin weer vanaf nul.
Inmiddels is het nummer meer dan 100.000 keer gestreamd.
Zelf relativeert ze dat getal aanvankelijk bijna. Maar zet honderdduizend mensen eens bij elkaar.
Dan is het ineens behoorlijk veel.
Voor Pleun is het vooral een bevestiging dat deze richting wordt ontvangen. Een reden om door te pakken. Ze is bezig met meerdere Nederlandstalige nummers en wil uiteindelijk voldoende muziek hebben voor een EP en nieuwe eigen shows.
En ondertussen blijft ze doen wat ze altijd heeft gedaan:
Maken, want stilzitten past niet zo bij haar.
“Ik blijf gewoon in beweging en ik blijf dingen maken.”
Waar dat uiteindelijk precies naartoe gaat? Dat weet ze zelf ook niet altijd.
En misschien hoeft dat ook niet.
Niet de stereotype feestzangeres
Pleun treedt nog steeds veel op, maar ze weet inmiddels ook steeds beter waar haar kracht níét ligt.
Een half uur op tape een feesttent vermaken? Ze heeft het na The Voice lange tijd gedaan, maar voelde al snel: dit ben ik niet.
Waar ze wél sterk in is?
Mensen raken.
Een stem gebruiken om iets te voelen wat misschien lastig onder woorden te brengen is. Daarom zingt ze tegenwoordig bijvoorbeeld ook tijdens huwelijksceremonies.
Het past bij haar. Niet per se de meeste herrie maken, maar ervoor zorgen dat iemand even stilvalt. Die emotie zoekt ze ook in haar eigen muziek. Wat Pleun maakt, moet voor haar uiteindelijk ergens over gaan. Het mag autobiografisch zijn, iemand inspireren of simpelweg dat gevoel geven van: hé, iemand begrijpt mij.
Zelf zet ze tenslotte ook graag een verdrietige playlist aan als ze behoefte heeft om even lekker te huilen.
Muziek hoeft niet altijd iets op te lossen.
Soms is het genoeg als een liedje naast je komt zitten.
Een lichaam waar altijd iets van gevonden wordt
Dan is er nog een ander onderdeel van bekend zijn.
Je stem is publiek bezit.
Maar je uiterlijk soms net zo goed.
Pleun is zich al vanaf jonge leeftijd bewust van haar lichaam. Ze vertelt dat ze nooit het extreem dunne meisje is geweest en als puber een moeizame relatie met eten heeft gekend. Ze noemt zichzelf een emotionele eter.
Na The Voice kwam ze bovendien in een periode terecht waarin ze, als ze nu naar foto’s kijkt, ziet dat ze zoekende was.
Niet alleen muzikaal.
Ook naar zichzelf.
In een periode van ongeveer vijf jaar viel ze zo’n twintig kilo af. Niet met een extreem dieet, benadrukt ze. Geen snelle oplossing. Ze ging sporten, anders eten en maakte er een verandering van levensstijl van.
Maar haar boodschap is opvallend genuanceerd.
Ze gelooft in goed voor jezelf zorgen. Maar óók in aardig blijven voor jezelf. Niet jezelf straffen. Niet geloven dat je pas goed genoeg bent wanneer je lichaam aan een bepaald ideaal voldoet.
“We hoeven niet allemaal op elkaar te lijken.”
Pleun wil vooral de beste versie van zichzelf zijn.
Niet die van iemand anders.
De ene dag fantastisch, de andere dag niet
Dat betekent niet dat onzekerheid verdwenen is.
Integendeel.
Pleun vertelt open dat ook zij dagen heeft waarop ze struggelt. Dat ze angsten kent. Dat ze soms in de spiegel kijkt en niet blij is met wat ze ziet.
En vervolgens kan ze een dag later naar diezelfde spiegel kijken en denken: jeetje, wat geweldig.
Dat contrast is misschien wel veel eerlijker dan het idee dat zelfliefde een eindstation is dat je op een dag bereikt.
Alsof je vanaf dat moment nooit meer onzeker bent. Zo werkt het voor Pleun niet. En waarschijnlijk voor heel veel vrouwen niet.
Ze krijgt berichten van vrouwen die haar vertellen dat ze zoals haar zouden willen zijn. Dat bij Pleun alles zo perfect lijkt.
Haar reactie?
“Joh, je moest eens weten.”
Want dat is het niet.
Ook zij kent dagen waarop het niet lukt. Waarop ze zich onzeker voelt. Waarop ze zichzelf opnieuw bij elkaar moet rapen. Het verschil is misschien dat ze steeds beter heeft geleerd om daar niet eindeloos te blijven hangen.
Wanneer ben je succesvol?
Als je op je achttiende een van de grootste talentenjachten van Nederland wint, zou je kunnen zeggen dat je succesvol bent. Als mensen je naam kennen ook. Of wanneer een nummer honderdduizend streams haalt.
Maar vraag Pleun vandaag wat succes voor haar betekent en het antwoord is opvallend eenvoudig.
Kunnen leven van haar muziek, een huis kunnen kopen van wat ze maakt, een fijne fanbase hebben, mooie muziek maken.
En vooral gelukkig zijn.
Misschien is dat uiteindelijk de ontwikkeling die het meest zegt over haar carrière.
Op haar achttiende kwam Pleun terecht in een wereld waarin iedereen iets van haar verwachtte, terwijl ze zelf nog moest ontdekken wie ze was. Nu lijkt ze steeds minder bezig met voldoen aan het plaatje dat iemand anders voor haar heeft bedacht.
Niet aan het beeld van de perfecte popster.
Niet aan een bepaald lichaam.
Niet aan één muziekgenre.
Niet aan de gedachte dat succes alleen telt wanneer het internationaal en gigantisch is.
Ze wil zingen, mensen raken en vooral blijven bewegen.
Er zullen waarschijnlijk nog nummers komen die het minder goed doen. Er zullen afwijzingen zijn. Dagen waarop ze zichzelf fantastisch vindt en dagen waarop dat even niet lukt.
Maar misschien zit juist daarin de kracht van Pleun Bierbooms. Niet in het feit dat ze nooit twijfelt. Maar in het feit dat twijfel haar niet laat stoppen. Want dat meisje dat vroeger thuis haar eigen podium bouwde, is er eigenlijk nog steeds.
Alleen weet ze inmiddels iets beter wie erop staat.

Wie aan Gamechangers denkt, denkt misschien als eerste aan de gezichten die zichtbaar zijn. Aan creators, presentatoren, sporters, aan bereik, merken, campagnes en social media. Maar achter al die zichtbaarheid zit ook iemand die zichzelf juist heel comfortabel voelt aan de achterkant.
Leontine Mourits.
Ze hoeft niet per se op de voorgrond. Sterker nog: ze vindt het eigenlijk heel prettig dat anderen daar staan. Terwijl zij achter de schermen, samen met het team, bouwt, stuurt, adviseert, brandjes blust en ervoor zorgt dat de verschillende bedrijven blijven draaien.
En misschien zegt dat wel veel over wie Leontine is.
Want als je alle functietitels, bedrijven en Gamechangers even weglaat, begint haar antwoord ergens heel anders.
“Dan ben ik vooral een hele trotse moeder.”
Moeder van Quinn en Dex, vijf en negen jaar oud. Partner van Desmond, met wie ze inmiddels zestien jaar samen is en met wie ze volgend jaar in Italië trouwt. Ze werd geboren in Amsterdam, groeide op in het Gooi, heeft twee zusjes, veel vriendinnen, sport graag en omschrijft zichzelf simpelweg als iemand die van het leven houdt.
Het klinkt bijna eenvoudig.
Maar achter die eenvoud zit een vrouw die al jarenlang opereert in een wereld die allesbehalve eenvoudig is.
Van traditionele media naar een compleet nieuwe werkelijkheid
Leontine werkte jarenlang in de traditionele mediawereld. Een wereld waarin televisie, radio en magazines bepaalden wie zichtbaar was en wie niet. Wilde je als presentator, sporter of personality een merk rondom jezelf bouwen, dan was je voor een groot deel afhankelijk van anderen.
Een zender moest je een contract geven. Een magazine moest over je willen schrijven. Een radioprogramma moest je uitnodigen.
Zonder die plekken was het lastig om zelf een publiek op te bouwen.
Tot social media kwam.
Ineens konden mensen rechtstreeks communiceren met hun eigen publiek. Zelf vertellen wie ze waren, waar ze voor stonden en waar hun passie lag. Zonder toestemming van een televisiezender, hoofdredacteur of programmamaker.
Voor Leontine zit daar een belangrijke ondernemers les in: zorg ervoor dat je niet afhankelijk bent.
Want zichtbaarheid alleen is kwetsbaar. Relevantie kan veranderen. Platforms veranderen. Mensen veranderen.
Een eigen fundament is uiteindelijk veel waardevoller.
En precies vanuit die gedachte ontstond uiteindelijk Gamechangers.
Niet bedacht aan een tekentafel
In 2018 begon Leontine voor zichzelf met Connected Agency. Daarvoor had ze jarenlang ervaring opgedaan in het management vak, onder andere bij The Entertainment Group en daarna tien jaar bij Ayce Management.
In die periode werkte ze al veel samen met Nicolette van Dam. Een zakelijke relatie die mede door de intensiteit van het vak ook uitgroeide tot een hechte vriendschap.
Want management, vertelt Leontine, is persoonlijk.
Je spreekt elkaar voortdurend. Je bent betrokken bij carrières, keuzes, kansen en teleurstellingen. Zakelijk en persoonlijk lopen daardoor bijna vanzelf in elkaar over.
Toen Leontine voor zichzelf was begonnen, ontstond na verloop van tijd opnieuw contact met Nicolette en haar man Bas Smit over een samenwerking. Uiteindelijk besloten ze samen een bedrijf te beginnen.
Dat werd Gamechangers.
Geen traditioneel managementbureau, maar een talent agency die juist wilde inspelen op een wereld die razendsnel veranderde. Niet alleen afhankelijk zijn van traditionele media, maar merken en een community bouwen rondom mensen via je eigen social media kanalen. Ondernemen. Experimenteren. Nieuwe dingen proberen.
En ja, daarbij zijn ze ook op hun neus gegaan.
Leontine zegt het zonder eromheen te draaien.
Ze hebben projecten gedaan waarvan ze vooraf niet precies wisten hoe het moest. Er is tijd en geld gestoken in dingen die uiteindelijk niet werkten. Maar juist daarin zit volgens haar de waarde van ondernemen.
Niet alles wat mislukt, was dus een verkeerde beslissing.
Soms is het simpelweg leergeld en brengt het je juist op het goede pad.
Liever passie dan alleen een groot bereik
Gamechangers vertegenwoordigt inmiddels een kleine twintig talenten. Een personality met een groot aantal volgers is voor Leontine niet automatisch interessant.
Ze zoeken iets anders.
Passie.
Mensen die ergens zó enthousiast over zijn dat je het voelt wanneer ze erover praten. Mensen die niet alleen goed zijn in content maken, maar daadwerkelijk ergens voor staan.
Want bereik kan verdwijnen.
Vandaag kun je honderdduizenden mensen bereiken en over vijf jaar kan iemand anders ineens relevanter zijn. Daarom probeert Gamechangers verder te kijken dan de commerciële deal van vandaag.
“We willen een draagvlak rondom iemand bouwen waar je hopelijk tot aan je pensioen nog van kan genieten.”
Dat kan een eigen onderneming zijn. Een product. Een televisieprogramma. Een evenement. Een sterk merk.
Alles met de gedachte: wat blijft er over als de relevantie morgen minder worden?
Juist daar onderscheidt Gamechangers zich volgens Leontine. Het bureau kijkt crossmediaal en investeert ook in projecten waarvan vooraf niet vaststaat wat ze financieel gaan opleveren. Omdat bouwen soms betekent dat je eerst iets moet neerzetten voordat je kunt oogsten.
De vrouw aan de achterkant
Vraag Leontine welke rol zij binnen het bedrijf heeft en het antwoord is bijna tekenend.
Eigenlijk alles wat nodig is.
Ze is eindverantwoordelijk en trekt naar zich toe wat op dat moment moet gebeuren. Van strategie tot brandjes blussen. Met een relatief klein maar sterk team wordt ontzettend veel gedaan en achter de schermen draagt ze een verantwoordelijkheid voor de verschillende bedrijven en activiteiten.
Ze hoeft daar geen erkenning voor te krijgen.
“Ik voel me er heel comfortabel bij dat mijn partners het gezicht zijn en ik de achterkant.”
Misschien is dat juist een vorm van leiderschap waar minder vaak over wordt gesproken.
Niet degene zijn die het hardst roept.
Niet overal zelf met je gezicht tussen hoeven staan.
Maar wel zorgen dat het werkt.


Vertrouwen is haar kracht en soms haar valkuil
Leontine noemt zichzelf gevoelig. Open. Eerlijk. Iemand die sterk vanuit vertrouwen met mensen werkt.
En in een mensen business is dat tegelijkertijd een kracht en een kwetsbaarheid.
Want als vertrouwen verdwijnt, verandert een samenwerking.
Ze heeft geleerd dat je daar ook niet eindeloos aan moet blijven trekken. Als je alles hebt geprobeerd en je kunt niet meer voor iemand betekenen wat nodig is, moet je eerlijk durven zeggen dat iemand misschien beter op zijn plek is bij een ander.
Dat is niet hard geeft ze zelf aan.
Voor Leontine is het ook zelfbescherming.
“Ik vind dat het uiteindelijk niet ten koste moet gaan van het plezier wat je hebt in je werk.”
Diezelfde openheid zie je terug in de manier waarop ze talent begeleidt.
Wanneer iemand bij Gamechangers binnenkomt, willen we graag weten: wie ben je? Waar wil je naartoe? Wat is jouw stip op de horizon?
Vervolgens kan daar een strategie omheen worden gebouwd.
Maar die strategie is nooit belangrijker dan de persoon zelf.
Mensen veranderen. Levens veranderen. Ambities veranderen.
En als iemand onderweg besluit dat de oorspronkelijke droom niet meer de juiste droom is, zullen we daar eerlijk over adviseren maar uiteindelijk blijft het de keuze van die persoon.
Luisteren naar dat gevoel
Toch is er ook een ondernemers les die haar geld, tijd en waarschijnlijk de nodige energie heeft gekost.
Stap niet in een samenwerking wanneer je vooraf al twijfelt.
Leontine is van nature goed van vertrouwen. Maar inmiddels weet ze dat dat kleine stemmetje, dat onderbuikgevoel dat zegt ik weet het niet, meestal niet voor niets komt.
“Als je aan de voorkant een twijfel hebt bij iemand, dan moet je zeker niet met diegene in het bootje stappen.”
Intuïtie speelt inmiddels bewust een rol in haar beslissingen.
Geen goed gevoel?
Dan niet.
Het klinkt eenvoudig. Maar hoeveel ondernemers praten zichzelf tóch een samenwerking in omdat de cijfers goed zijn, de kans groot lijkt of omdat ze bang zijn iets mis te lopen?
Leontine heeft geleerd haar gevoel daarin nooit te negeren.
Als succes geen omzetcijfer is
En dan is er succes.
Een woord waar ondernemers eindeloos verschillende definities aan geven.
Voor Leontine gaat het opvallend weinig over geld.
Ze vertelt dat ze het afgelopen jaar weleens in de auto zat en zichzelf afvroeg welk cijfer ze haar leven zou geven.
Een negen.
Misschien zelfs een tien.
Niet omdat alles perfect is. Maar omdat ze gelukkig is met haar gezin, haar familie, vrienden en vriendinnen én met het werk dat ze iedere dag doet.
“Succes is voor mij niet heel veel geld verdienen.”
Succes is voor haar gelukkig kunnen zijn door wat je doet. Energie krijgen van je werk. Zin hebben om na een vakantie weer te beginnen.
Leontine vertelt hoe ze na drie weken vakantie op maandag weer binnenstapte en onmiddellijk die bekende adrenaline voelde.
Oh yes. We gaan weer.
Dat gevoel.
Dat is voor haar succes.
Maar energie is niet oneindig
En juist daar zit misschien ook haar grootste uitdaging.
Want als je veel energie hebt, veel leuk vindt en voortdurend kansen ziet, ligt er ook een gevaar op de loer.
Te lang doorgaan.
Leontine vertelt open dat ze vorig jaar een periode heeft gehad waarin ze letterlijk voelde: ik ben bijna aan het einde van mijn Latijn.
Haar lichaam begon signalen te geven. Ze merkte dat ze te lang op een te hoog niveau had gepiekt.
Het confronteerde haar met iets wat veel ondernemers waarschijnlijk herkennen: rust ontstaat niet vanzelf.
Er komt altijd weer een kans, of een nieuw idee.
Een project waarvan je denkt: dit moeten we doen. En voor je het weet staat je agenda opnieuw vol.
“Je krijgt niet vanzelf meer tijd als je continu maar nieuwe dingen blijft doen en aannemen.”
Daarom weet Leontine dat er uiteindelijk maar één manier is om het tempo te veranderen.
Zelf grenzen stellen, nee durven zeggen.
Ook tegen leuke dingen.
Ze is nog geen veertig en voelt dat ze voorlopig genoeg energie heeft om hard te blijven gaan. Maar als ze naar de toekomst kijkt, zit haar ambitie opvallend genoeg niet in groter, groter, groter.
Ze zou uiteindelijk juist iets rustiger willen leven. Meer tijd willen nemen voor dingen. Niet per se nóg veel meer mensen toevoegen aan Gamechangers, maar verder bouwen met de mensen die er al zijn. Hun carrières laten groeien. Samen mooie dingen neerzetten.
Misschien is dat ook groei.
Niet altijd meer of het altijd maar beter doen.
Gewoon doorgaan
Vorig jaar nam Gamechangers een ander agency over. Het bedrijf groeide, het team werd groter en er kwam een nieuw kantoor.
Er gebeurde veel. En toch voelt het voor Leontine goed.
Alsof zaadjes die jaren geleden geplant zijn nu langzaam boven de grond komen.
Ze bouwen verder.
Met veel energie, vertrouwen en gevoel. Niet bang om fouten te maken, maar wel bereid ervan te leren. Niet geobsedeerd door een einddoel, maar vooral bezig met de vraag of wat ze vandaag doet nog goed voelt.
En misschien is dat wel het meest verfrissende aan Leontine.
In een wereld waarin alles draait om zichtbaarheid, bereik, groei en het volgende grote succes, zit zij opvallend tevreden aan de achterkant.
Niet omdat ze geen ambitie heeft.
Maar omdat ambitie voor haar niet betekent dat je nooit tevreden mag zijn.
Ze heeft een bedrijf dat groeit. Werk waar ze energie van krijgt. Mensen om haar heen van wie ze houdt. Twee jongens voor wie ze boven alles moeder is. Een man met wie ze na zestien jaar samen volgend jaar in Italië gaat trouwen.
En als ze haar leven vandaag een cijfer moet geven?
Dan komt dat behoorlijk dicht bij een tien.
Misschien is dát uiteindelijk wel waar succesvol ondernemen over zou moeten gaan.
Niet alleen iets bouwen waar anderen naar kijken.
Maar een leven bouwen waarin je zelf heel graag wilt blijven.

Sommige ondernemers bouwen een bedrijf. Anderen bouwen aan een gevoel.
Lisa behoort zonder twijfel tot die laatste groep.
Ze helpt hotels, boutiquehotels, landgoederen en evenementenlocaties winstgevender te worden, maar niet door alleen naar cijfers te kijken. Juist de combinatie van commercie, gastvrijheid, strategie en menselijke beleving maakt haar werk bijzonder.
“Een hotel draait uiteindelijk niet alleen om kamers verkopen. Het draait om wat iemand voelt zodra hij binnenkomt.”
Wat opvalt tijdens ons gesprek is haar drive. Geen grote ego’s, geen snelle succesverhalen of spectaculaire ondernemerspraat. Lisa is iemand die liever achter de schermen werkt dan ervoor. Misschien is dat juist haar grootste kracht.
Van een kampeergezin naar luxe hotels
Wie denkt dat Lisa is opgegroeid tussen vijfsterrenhotels, heeft het mis.
“We gingen vroeger gewoon kamperen, net als zoveel Nederlandse gezinnen.”
Toch herinnert ze zich één vakantie die alles veranderde. Een statig hotel in Londen. Hoge deuren. Een gebouw vol geschiedenis. Een plek waar alles klopte.
“Dat stukje beleving heeft iets in mij aangewakkerd.”
Tijdens haar studie toerisme groeide die fascinatie verder. Ze werkte mee aan een duurzaam hospitality project in Suriname en stond als negentienjarige vrijwel zelfstandig aan het roer van een boutique hotel in Costa Rica.
“Mijn opdrachtgever gaf me eigenlijk volledige vrijheid. Hij vertrouwde erop dat ik zelf mijn keuzes maakte.”
Misschien begon daar al haar ondernemersreis, zonder dat ze het zelf doorhad.
Van ervaring naar Hospitality Growth Lab
Na meer dan vijftien jaar in de hospitality begon er steeds vaker iets te kriebelen.
Lisa’s ervaring strekt zich uit over de volle breedte van de hospitality, van internationale hotelketens als Accor en Marriott tot onderscheidende organisaties als Efteling en Oostwegel Collection. Ze ziet de dynamiek van grote internationale organisaties, maar ook de kracht van onafhankelijke boutiquehotels, landgoederen en unieke concepten.
Juist doordat ze zoveel verschillende organisaties van binnen zag, viel haar één ding steeds opnieuw op.
Er werd veel aandacht besteed aan het gebouw. Aan het interieur. Aan de kamers. Aan de uitstraling. Maar de commerciële strategie kreeg vaak pas aandacht als de deuren al open waren.
“Je kunt een fantastisch hotel bouwen, maar commerciële groei ontstaat niet vanzelf.”
Vanuit die overtuiging ontstond Hospitality Growth Lab.
Niet als traditioneel adviesbureau, maar als commerciële groeipartner voor bedrijven die verder willen kijken dan de bezettingsgraad van morgen.
“Ik geloof dat geweldige hospitality ook een sterke commerciële basis verdient.”
Commerciële groei is meer dan kamers verkopen
Veel mensen denken bij commerciële groei direct aan een hogere bezettingsgraad of meer boekingen via Booking.com. Volgens Lisa is dat een veel te beperkte manier van kijken.
“Een hotel is vandaag de dag veel complexer dan alleen kamers verkopen via Booking.com.”
Voor haar begint de echte uitdaging pas daarna.
Hoe bouw je een gezonde businessmix? Hoe trek je de juiste corporate accounts aan? Hoe benut je meetings & events optimaal? Hoe verminder je de afhankelijkheid van OTA’s? Hoe laat je sales, marketing, revenue en operations dezelfde commerciële koers varen? En hoe zet je technologie en AI zo in dat medewerkers juist méér tijd hebben voor de gast?
Dat zijn de vraagstukken waar Lisa iedere dag mee bezig is.
Niet vanuit één standaardaanpak, maar altijd vanuit de identiteit van de organisatie.
“Elke locatie is anders. Daarom geloof ik ook niet in een standaardoplossing. De commerciële strategie moet passen bij de plek, de gasten én de toekomstambities van de ondernemer.”
Achter iedere uitdaging schuilt een kans
Volgens Lisa zit de grootste commerciële winst vaak niet in grote investeringen, maar in de verbinding tussen verschillende onderdelen van een organisatie.
Ze geeft een paar voorbeelden uit de praktijk.
Een prachtige trouwlocatie wil zich meer richten op de zakelijke markt. Er wordt geïnvesteerd in acquisitie en sales, maar op de website, in de fotografie en op social media draait vrijwel alles nog om bruiloften.
“Dan herkennen bedrijven zich simpelweg niet in die locatie. De ambitie is veranderd, maar de uitstraling nog niet.”
Of neem een hotel dat minder afhankelijk wil worden van Booking.com.
“Dat klinkt logisch, maar als de eigen website weinig vertrouwen uitstraalt of het boekingsproces omslachtig is, kiezen gasten alsnog voor een OTA. Dan zit de uitdaging niet in de prijs, maar in de totale gastreis.”
Ook rondom AI ziet Lisa veel organisaties zoeken.
“Veel bedrijven vragen zich af wat ze met AI moeten. Ik stel liever een andere vraag: welke werkzaamheden kosten medewerkers nu onnodig veel tijd?”
Volgens haar moet technologie nooit de gast vervangen, maar juist ruimte creëren voor persoonlijk contact.
Ook CRM-systemen zijn volgens haar daar een mooi voorbeeld van.
“Ik zie regelmatig organisaties met duizenden contacten in hun CRM, terwijl er nauwelijks actief mee wordt gewerkt. Dan zit de uitdaging niet in de software, maar in het proces, het eigenaarschap en de manier waarop teams samenwerken.”
En soms liggen de grootste commerciële kansen letterlijk om de hoek.
“Bij een landgoed denk ik niet alleen aan meer hotelgasten. Ik kijk ook naar de omgeving. Welke lokale ondernemers, culturele instellingen of bedrijven uit de regio kunnen waardevolle partners worden? Juist dat soort samenwerkingen maakt een locatie sterker én toekomstbestendiger.”
Niet uit een ondernemersfamilie
Lisa groeide niet op met ondernemers om zich heen.
Sterker nog: ondernemen voelde jarenlang als iets voor anderen.
Na meer dan vijftien jaar in loondienst groeide ze door naar commerciële eindverantwoordelijke functies. Ze werkte aan hotelopeningen, commerciële strategieën en sales.
Steeds vaker dacht ze:
Dit kan slimmer. Dit kan beter.
De definitieve duw kwam tijdens een gesprek met een vastgoedinvesteerder.
Hij stelde haar één simpele vraag.
“Wat houdt je eigenlijk tegen?”
En daarna volgde misschien wel de belangrijkste vraag.
“Wat als het wél lukt?”
Soms is één zin genoeg om een compleet nieuw hoofdstuk te beginnen.
Een hotel begint niet met het interieur
Wanneer Lisa vertelt over haar werk wordt één ding snel duidelijk. Waar veel hoteliers beginnen met meubels, kamers en inrichting, begint zij juist bij de commerciële strategie.
“Vaak wordt eerst alles ontworpen en gebouwd. Pas daarna wordt gekeken hoe het hotel commercieel succesvol moet worden.”
Volgens haar zou dat precies andersom moeten.
Want een hotel is vandaag de dag veel complexer dan alleen kamers verkopen via Booking.com.
Lisa kijkt daarom altijd naar de totale commerciële mix van een organisatie.
Hoe ziet de businessmix eruit?
Hoe sluiten sales, marketing, revenue en operations op elkaar aan?
Welke rol spelen corporate accounts, meetings & events, groepsboekingen, directe boekingen en partnerships?
En hoe zet je technologie en AI zo in dat medewerkers juist méér tijd krijgen voor persoonlijke aandacht?
“Ik kijk nooit alleen naar omzet. Ik kijk naar de organisatie als geheel. Hoe bouwen we een gezonde commerciële basis die past bij deze locatie én haar toekomstambities?”

Een volle lobby vertelt niet het hele verhaal
Wanneer gaat het eigenlijk écht goed met een hotel?
Als alle kamers bezet zijn? Als de reserveringen binnenstromen? Of als Booking.com iedere dag nieuwe gasten brengt?
Voor Lisa begint het dan pas interessant te worden.
Want een vol hotel is niet automatisch een commercieel gezond hotel. Ze wil weten wie die gasten zijn, hoe ze binnenkomen en wat ze uiteindelijk opleveren. Welke zakelijke klanten interessant zijn. Of meetings & events voldoende worden benut. Of marketing dezelfde doelgroep aanspreekt die sales probeert binnen te halen. En of operations vervolgens ook kan waarmaken wat er aan de voorkant wordt beloofd.
“Ik kijk nooit alleen naar omzet. Ik kijk naar de organisatie als geheel.”
Die manier van kijken ontwikkelde Lisa gedurende haar jaren in de hospitality. Ze werkte aan hotelopeningen, sales en commerciële strategie en groeide door naar commercieel eindverantwoordelijke functies. Daardoor leerde ze dat ieder hotel eigenlijk uit twee werelden bestaat.
Er is de wereld die wij als gast zien: het gebouw, de kamer, het ontbijt, de website, de ontvangst bij de receptie en die ene medewerker die precies op het juiste moment vraagt of alles naar wens is.
Maar daarachter bevindt zich een minstens zo belangrijke wereld.
De wereld van sales, marketing, revenue en operations. Van distributie, corporate accounts, groepen, vergaderingen, data, systemen en processen. Allemaal onderdelen waar een gast waarschijnlijk nooit bij stilstaat, maar die uiteindelijk wél bepalen hoe gezond een hotel werkelijk is.
Want als die wereld achter de schermen niet goed op elkaar aansluit, voelt de gast daar vroeg of laat iets van. En het hotel zelf merkt het misschien nog eerder: in de bezetting, omzet, marges en gemiste commerciële kansen.
Juist daar zag Lisa in haar carrière steeds opnieuw potentie liggen.
En precies vanuit die overtuiging ontstond Hospitality Growth Lab.
Met Hospitality Growth Lab helpt ze hospitalitybedrijven om hun commerciële strategie en dagelijkse praktijk beter met elkaar te verbinden. Dat doet ze met advies, interim leadership en trainingen, afhankelijk van wat een organisatie op dat moment nodig heeft.
De ene keer betekent dat onderzoeken waar omzetpotentieel blijft liggen. De andere keer gaat het om het opnieuw organiseren van commerciële teams, processen en verantwoordelijkheden. En soms stapt Lisa tijdelijk naast het management om zelf commerciële leiding te geven en verandering daadwerkelijk in beweging te krijgen.
Want uiteindelijk gaat commerciële groei volgens haar niet over nóg harder werken of simpelweg meer boekingen binnenhalen.
Het gaat erom dat de juiste mensen, afdelingen en keuzes dezelfde kant op bewegen.
Zodat een commerciële organisatie niet alleen druk is, maar ook daadwerkelijk bijdraagt aan duurzame groei.
En misschien is dat wel precies waar Hospitality Growth Lab om draait: niet alleen zorgen dat een hotel vandaag vol zit, maar bouwen aan een organisatie die ook morgen gezond kan groeien.
Altijd nieuwsgierig
Wie met Lisa een hotel binnenloopt, merkt al snel dat ze anders kijkt dan de gemiddelde gast.
Natuurlijk ziet ze de sfeer en het interieur. Maar ze is vooral benieuwd naar wat bezoekers niet zien.
Hoe zijn processen ingericht?
Welke keuzes worden achter de schermen gemaakt?
Waarom groeit het ene hotel wel en blijft het andere achter?
Die nieuwsgierigheid zorgt ervoor dat ze voortdurend nieuwe hotels bezoekt, hospitality concepten ontdekt, ondernemers spreekt en ontwikkelingen binnen én buiten de branche volgt.
“Ik wil begrijpen welke veranderingen blijvend zijn en welke organisaties zich daar succesvol op voorbereiden.”
Niet om trends klakkeloos over te nemen.
Maar om opdrachtgevers vooruit te helpen.
Gastvrijheid zit niet in processen
Misschien wel het mooiste moment uit ons gesprek ontstaat wanneer we praten over gastvrijheid.
Want wat ís gastvrijheid eigenlijk? Lisa hoeft daar niet lang over na te denken.
“Gastvrijheid is iets wat je niet kunt meten, maar wel direct voelt.” Ze geeft een simpel voorbeeld. Een gezin komt na uren reizen moe een hotel binnen.
De kinderen zijn overprikkeld. Iedereen heeft dorst. Volgens Lisa hoeft daar geen protocol voor te bestaan.
“Dan zou iemand automatisch met een paar glazen limonade moeten komen. Niet omdat het in het draaiboek staat, maar omdat iemand ziet wat die familie op dat moment nodig heeft.”
En precies daar zit volgens haar het verschil tussen service en échte gastvrijheid.
Achter de schermen
Hoewel Lisa dagelijks bedrijven helpt groeien, staat ze zelf liever niet in de schijnwerpers. Ze hoeft niet degene te zijn die applaus krijgt. Ze geniet juist van het moment waarop een hotel weer rust ervaart. Wanneer een ondernemer niet langer wakker ligt van dalende bezettingsgraden. Wanneer teams beter samenwerken.
Wanneer strategie eindelijk richting geeft.
“Dat is voor mij succes.”
Niet haar eigen naam. Maar het succes van de ander.
Minder luisteren naar iedereen
Misschien is dat wel de grootste ondernemers les es die Lisa heeft geleerd.
“Zodra je ondernemer wordt, heeft ineens iedereen een mening.”
Iedereen weet hoe het moet en iedereen heeft of geeft advies.
Maar uiteindelijk ontdekte ze dat haar belangrijkste kompas haar eigen gevoel is.
“Ik moet vooral mijn eigen pad blijven volgen.”
Bouwen aan de toekomst van hospitality
Voor Lisa is Hospitality Growth Lab nog maar het begin.
Haar ambitie is om uit te groeien tot dé commerciële groeipartner voor hospitality bedrijven die impact willen maken. Niet alleen door organisaties te helpen groeien in omzet, maar vooral door ze toekomstbestendig te maken.
“Ik wil organisaties helpen om duurzame commerciële groei te realiseren. Niet door overal hetzelfde trucje toe te passen, maar door samen een strategie te bouwen die past bij hun identiteit, hun gasten en hun toekomst.”
Ze onthouden hoe je ze liet voelen.
En juist wanneer de commerciële basis achter de schermen klopt, ontstaat er ruimte voor waar hospitality écht om draait: oprechte aandacht voor de gast.
Dat is precies waar Lisa iedere dag opnieuw aan bouwt.
En dat is de visie waarmee Hospitality Growth Lab de komende jaren het verschil wil maken.


Sommige mensen kiezen een beroep. Anderen lijken ervoor geboren. Dat geldt zeker voor Kiki Scholten (26), één van de drijvende krachten achter De Regelmeisjes. Vanuit het Amsterdamse kantoor bouwt ze dagelijks aan de groei van het bedrijf, terwijl haar roots nog altijd in Rotterdam liggen. Iedere dag reist ze op en neer, maar dat doet ze met plezier. “Als je met plezier naar je werk gaat, voelt die reis helemaal niet als een opgave.”
Wie Kiki ontmoet, merkt direct dat organiseren haar tweede natuur is. Toch begon haar carrière niet met een strak uitgestippeld plan. Na haar mbo werkte ze op jonge leeftijd bij één van de grootste bloemenexporteurs ter wereld, waar ze leerde hoe belangrijk structuur, overzicht en verantwoordelijkheid zijn. Ondertussen behaalde ze een Associate Degree in communicatie en werkte ze als communicatiemedewerker, maar De Regelmeisjes bleef altijd door haar hoofd spoken.
Een vacature die alles veranderde
Via LinkedIn kwam ze een opvallende vacature tegen van oprichtster Kirsten. Geen standaard lijstje met voordelen, maar juist een eerlijke omschrijving van de uitdagingen die bij het werk horen. Dat sprak haar aan.
“Er stonden eigenlijk alleen maar pittige dingen. Toch dacht ik: dit past bij mij.”
Binnen twee weken was de overstap gemaakt. Vier jaar later voelt het nog steeds als de beste beslissing die ze had kunnen nemen.
Geen functietitel, maar een mentaliteit
Bij De Regelmeisjes draait het niet om functienamen. Iedereen is simpelweg een Regelmeisje. Toch groeide Kiki razendsnel door. Van het begeleiden van kleinere projecten naar grote accounts en uiteindelijk het opzetten van de Amsterdamse vestiging.
Haar missie? Dezelfde naamsbekendheid creëren als in Rotterdam, waar De Regelmeisjes inmiddels een begrip zijn.
Dat betekent veel netwerken, evenementen bezoeken, nieuwe opdrachtgevers ontmoeten en tegelijkertijd nieuw talent aantrekken. Alles om de organisatie verder te laten groeien.
Het onzichtbare werk achter een perfect evenement
Wie een groot evenement bezoekt, ziet de sfeervolle aankleding, het entertainment en de glimlach van de gasten. Wat niemand ziet, zijn de honderden telefoontjes, draaiboeken en onverwachte uitdagingen die eraan voorafgaan.
Volgens Kiki zit daar juist de kracht van De Regelmeisjes.
“Opdrachtgevers hoeven zich nergens zorgen over te maken. Als er iets misgaat, lossen wij het op voordat iemand het merkt.”
En dat gebeurt vaker dan mensen denken. Leveranciers die op het laatste moment afhaken, bestellingen die te laat worden geleverd of zelfs een complete stroomuitval tijdens een evenement. Toch blijft de ervaring voor de gasten hetzelfde. Juist dát is volgens haar de definitie van goed projectmanagement.
Problemen bestaan niet
Stress hoort erbij, vindt Kiki. Maar hoe je ermee omgaat, maakt het verschil.
“Als een leverancier belt dat iets niet geleverd kan worden, kun je in paniek raken. Of je denkt: mooi, nu gaan we een oplossing vinden.”
Voor haar is een probleem geen eindpunt, maar het begin van creatief denken. Die mentaliteit zie je terug binnen het hele team. Hun motto is duidelijk: nee is geen antwoord.
Ambitie met beide benen op de grond
Collega’s omschrijven Kiki als gedreven en iemand die altijd overzicht houdt. Zelf moet ze daar om lachen.
“Privé denken mensen soms juist: hoe kan jij een Regelmeisje zijn? Op vakantie laat ik mijn vriendinnen alles regelen.”
Zodra het om haar projecten gaat, verandert alles. Dan werkt ze met uitgebreide draaiboeken waarin elk detail is uitgewerkt. Bij De Regelmeisjes begint een succesvol evenement namelijk al ruim voordat de eerste gast binnenstapt. De voorbereiding is volgens Kiki negentig procent van het werk. Juist door alles vooraf tot in de kleinste details uit te denken, ontstaat er tijdens het evenement de ruimte om flexibel te zijn wanneer er onverwacht iets verandert.
De menselijke factor blijft onmisbaar
Waar kunstmatige intelligentie steeds meer werk overneemt, ziet Kiki AI vooral als hulpmiddel.
“Een concept bedenken kan AI misschien steeds beter. Maar uiteindelijk moet iemand nog steeds de telefoon pakken, locaties bezoeken, leveranciers spreken en relaties onderhouden.”
Juist het persoonlijke contact blijft volgens haar onmisbaar. Evenementen draaien uiteindelijk om mensen, niet om systemen.


Een gebeurtenis die haar altijd zal bijblijven
Niet ieder project draait om feest en succes. Eén opdracht maakte diepe indruk.
Een gezin waarvan het jonge dochtertje ongeneeslijk ziek was, vroeg De Regelmeisjes om mee te denken over een persoonlijk afscheid. Samen met een collega begeleidde Kiki de familie in een van de moeilijkste periodes van hun leven.
Na afloop stonden er bloemen voor de deur, gestuurd door de ouders.
“Wij wilden alleen maar iets voor hen betekenen. Dat zij op dat moment ook nog aan ons dachten, zal ik nooit vergeten.”
Het laat zien dat organiseren veel verder gaat dan draaiboeken en planning. Soms draait het simpelweg om er te zijn voor mensen. Juist in de meest kwetsbare momenten kan ontzorgen het grootste verschil maken.
Dromen voor de toekomst
Hoewel Kiki al aan indrukwekkende internationale projecten werkte, waaronder evenementen voor grote organisaties in het buitenland, kijkt ze vooral vooruit. Haar droom is om in Amsterdam iets groots neer te zetten voor de stad of gemeente. Een project waar duizenden mensen samenkomen en waar alles klopt tot in de kleinste details.
Met haar energie, oplossingsgerichtheid en eindeloze drive lijkt dat eerder een kwestie van tijd dan van geluk.
Want één ding is duidelijk: voor Kiki is De Regelmeisjes geen baan.
Het is wie ze is.
Er zijn van die mensen die een ruimte binnenlopen en direct alle aandacht trekken. Niet omdat ze daar hun best voor doen, maar omdat er iets om hen heen hangt. Een energie. Een aanwezigheid. Jennifer Cooke is zo iemand.
Op festivals staat ze voor duizenden mensen. Ze draait. Ze zingt. Ze springt over het podium alsof de muziek letterlijk door haar lichaam stroomt. Zelfverzekerd. Krachtig. Vrij.
Maar tegenover mij zit geen vrouw die indruk probeert te maken.
Ze drinkt koffie, lacht vriendelijk en zegt vrijwel direct iets wat totaal niet past bij het beeld dat veel mensen van haar hebben.
“Eigenlijk ben ik best verlegen.”
Ik moet lachen.
Niet omdat ik haar niet geloof, maar omdat het zo haaks staat op de Jennifer die ik ken van de video’s. De vrouw die zonder moeite een festivalpubliek in beweging krijgt. Die op internationale podia staat alsof ze nergens anders thuishoort.
Ze ziet mijn verbaasde blik.
“Dat zeggen mensen altijd.”
En misschien is dat precies het probleem met succes.
We zien de buitenkant. Het podium. De lampen. De foto’s. De reizen. Maar bijna nooit de weg ernaartoe. En al helemaal niet de persoon daarachter. Wie Jennifer werkelijk is, ontdek je pas wanneer de muziek even stopt. Jennifer groeit op in hartje Amsterdam. Als klein meisje weet ze één ding zeker.
Ze wil zingen.
Niet misschien.
Niet ooit.
Gewoon… dat.
Terwijl andere kinderen dromen van een baan als juf, dierenarts of prinses, antwoordt Jennifer zonder twijfel dat ze artiest wordt. Ze danst op Michael Jackson alsof het de normaalste zaak van de wereld is en staat het liefst ieder vrij moment op een geïmproviseerd podium.
Het is geen kinderdroom die na een paar jaar weer verdwijnt. Het wordt een overtuiging. Toch blijkt de weg naar dat podium allesbehalve romantisch. Zoals zoveel ondernemers begint ook Jennifer niet met succes. Ze begint met werken. Heel hard werken.
Ze wast af, maakt schoon, werkt in winkels.
Staat in een Meneer de Uil-pak kinderen te vermaken tijdens promotiedagen in de Albert Heijn.
Later komt ze terecht in een callcenter. Van buiten lijkt het misschien een gewone baan. Voor Jennifer voelt het alsof ze iedere dag iets verder verwijderd raakt van haar eigen droom. Terwijl collega’s hun pauze nemen, schrijft zij teksten.
Schrijven wordt haar uitlaatklep. Niet omdat iemand haar daarom vraagt.
Maar omdat ze voelt dat muziek altijd de rode draad van haar leven zal blijven.
“Ik wist alleen nog niet hoe.”
Dat zinnetje blijft hangen. Want misschien herkennen ondernemers dat gevoel wel het meest. Je weet wát je wilt. Alleen nog niet hoe je daar komt. Er is geen magisch moment waarop alles ineens op zijn plek valt.
Geen telefoontje, geen talentenjacht, geen wonder.
Er zijn vooral heel veel kleine keuzes.
Jennifer kiest ervoor om naast haar werk zanglessen te blijven volgen.
Ze danst.
Ze schrijft.
Ze treedt op waar dat kan. En langzaam ontstaat er beweging. Ze komt terecht in de entertainmentwereld. Staat tussen artiesten.
Zingt repertoire. Reist door het land. Voor het eerst verdient ze haar geld met iets waar haar hart sneller van gaat kloppen. Voor veel mensen zou dat het eindstation zijn geweest. Voor Jennifer voelt het als een tussenhalte.
“Ik wilde meer.”
Niet meer geld, niet meer bekendheid, meer vrijheid.
Ze wilde niet alleen de stem zijn in de show van iemand anders. Ze wilde haar eigen verhaal vertellen. Dat verlangen brengt haar op een idee waar op dat moment vrijwel niemand in gelooft. Waarom zou een dj niet óók live kunnen zingen?
Nu klinkt dat bijna logisch. Maar ruim tien jaar geleden was het allesbehalve vanzelfsprekend.
Sterker nog. Vrijwel iedereen verklaart haar voor gek. Boekers begrijpen het concept niet. Organisatoren haken af. Mensen uit de muziekindustrie adviseren haar vooral om vooral “gewoon vocalist” te blijven.
Waarom zou je iets veranderen dat werkt? Jennifer hoort alle argumenten aan. En doet vervolgens precies het tegenovergestelde. Ze sluit zichzelf op in een studio.
Dag na dag.
Week na week.
Maand na maand.
Ze leert draaien.
Niet een beetje.
Maar echt. Ze oefent totdat haar vingers automatisch de juiste knoppen vinden. Totdat zingen en draaien één geheel worden. Totdat ze voelt dat dit is wie ze werkelijk wil zijn.
Niemand ziet die uren.
Niemand applaudisseert.
Niemand weet hoeveel twijfel er soms door haar hoofd gaat.
Want natuurlijk is die er. Ondernemers die zeggen nooit onzeker te zijn, bestaan waarschijnlijk niet. Jennifer twijfelt ook. Alleen laat ze zich er niet door tegenhouden.
Ze blijft bouwen aan iets wat op dat moment alleen nog in haar eigen hoofd bestaat. En misschien is dát wel de belangrijkste eigenschap van iedere ondernemer.
Niet lef.
Niet talent.
Verbeeldingskracht.
Durven geloven in iets wat nog niemand anders kan zien. Wanneer het concept eindelijk staat, begint eigenlijk pas het echte werk.
Want een goed idee is één ding. Mensen overtuigen is iets totaal anders. Jennifer wil graag optreden in Escape Amsterdam. Een iconische club. Een plek waar carrières worden gemaakt.
Ze stuurt een mail, geen reactie, nog een mail.
Weer stilte.
Veel mensen zouden op dat moment denken dat het antwoord duidelijk is.
Maar voor Jennifer niet, ze stuurt opnieuw, en opnieuw en opnieuw.
Pas na dertien mails krijgt ze eindelijk een kans. Ze vertelt het lachend. Maar eigenlijk zegt het alles over hoe zij onderneemt. Ze wacht niet, ze hoopt niet maar ze geeft vooral niet op. Gewoon nog één keer proberen.
Dat optreden verandert meer dan alleen haar agenda. Voor het eerst zien mensen niet alleen een vocalist. Ze zien een compleet nieuw concept. Een vrouw die draait én zingt. Een artiest die niet in bestaande hokjes past. Vanaf dat moment begint de bal langzaam te rollen. Niet omdat succes ineens vanzelf komt. Maar omdat één persoon eindelijk durfde te zeggen:
“Laat maar zien.”
En soms…
is één kans precies genoeg om een leven voorgoed te veranderen.


“Niemand rent harder voor jouw droom dan jij”
Iedere ondernemer kent het moment waarop de buitenwereld iets anders ziet dan jijzelf.
Het moment waarop mensen je voorzichtig proberen terug te trekken naar iets wat veilig voelt.
“Weet je zeker dat je dit wilt?”
“Misschien moet je gewoon blijven doen waar je goed in bent.”
Jennifer hoorde het jarenlang.
Niet één keer.
Honderden keren.
Ze was inmiddels een veelgevraagde vocalist. Ze stond naast bekende dj’s, vloog voor optredens naar Turkije, Kroatië en Duitsland en bouwde langzaam een naam op binnen de dancewereld. Voor de buitenwereld leek alles op zijn plek te vallen.
Maar vanbinnen voelde het anders.
“Ik stond nog steeds in de show van iemand anders.”
Die zin zegt misschien wel alles. Dat geloof hield haar overeind.
“Ik wist gewoon dat als ik dit goed zou doen, dit de beste keuze van mijn leven zou worden.”
Dat is een bijzondere uitspraak. Niet omdat ze zeker wist dat ze succesvol zou worden. Maar omdat ze zeker wist dat ze trouw bleef aan zichzelf. En misschien is dat uiteindelijk belangrijker.
De boekingen begonnen langzaam binnen te druppelen.
Steeds iets meer. Steeds iets groter. Totdat er opnieuw iemand opstond die haar potentie zag.
Don Diablo.
Jennifer praat over hem zonder enige vorm van sterallures. Niet omdat hij een wereldster is. Maar omdat hij haar iets gaf wat veel waardevoller bleek dan een podium.
Vertrouwen. Hij zag geen experiment. Hij zag een artiest.
Samen bouwden ze aan Love Recordings, een label dat vrouwelijke artiesten binnen de elektronische muziek een groter podium moest geven. Een wereld waarin mannen jarenlang de norm waren, kreeg langzaam ruimte voor een ander geluid.
Jennifer stond ineens op Tomorrowland.
Internationale festivals volgden. Mensen die haar eerder hadden afgewezen, belden nu zelf op.
“Het grappige is dat dezelfde mensen die vroeger zeiden dat het nooit zou werken, later vertelden dat ze altijd in mij hadden geloofd.”
Ze zegt het zonder wrok.
Meer met een glimlach. Alsof ze inmiddels begrijpt dat succes soms simpelweg tijd nodig heeft. Toch wil Jennifer één misverstand graag uit de wereld helpen.
Veel mensen denken dat een manager je carrière maakt. Dat een agency de deuren opent. Dat succes vanzelf komt zodra je de juiste mensen om je heen verzamelt.
Ze schudt haar hoofd.
“Niemand rent harder voor jouw droom dan jij.”
Het is misschien wel de belangrijkste ondernemers les van ons hele gesprek.
Ze vertelt over een periode waarin ze haar volledige carrière uit handen gaf aan een agency. Eindelijk rust, dacht ze. Het werd haar slechtste jaar ooit. Toen ze de samenwerking beëindigde en zelf weer de regie nam, volgde vrijwel direct haar beste jaar.
Niet omdat haar agent slecht was. Maar omdat ze ontdekte dat ondernemerschap nooit volledig uitbesteed kan worden. Nog steeds doet ze haar eigen outreach. Nog steeds onderhoudt ze relaties. Nog steeds zit ze uren achter haar laptop om nieuwe kansen te creëren.
“Ook als je een agent hebt, moet jij degene zijn die het hardst werkt.”
“Je pijn hoeft niet het einde van je verhaal te zijn”
Tijdens ons gesprek verandert Jennifers stem op een paar momenten. Niet zachter. Niet breekbaar. Maar serieuzer. Alsof sommige onderwerpen zoveel groter zijn dan muziek, succes of ondernemerschap.
Dit is zo’n moment. Want achter de artiest schuilt een vrouw die jarenlang besloot vooral de vrolijke versie van zichzelf te laten zien.
De Jennifer die lachte. Die optrad. Die energie gaf.
Maar niet de Jennifer die als kind seksueel misbruikt werd. Jarenlang sprak ze daar nauwelijks over. Niet omdat ze zich schaamde. Maar omdat sommige verhalen tijd nodig hebben voordat je ze kunt vertellen.
“Vorig jaar voelde ik voor het eerst dat ik daar klaar voor was.”
Het is misschien wel de moedigste keuze die ze ooit maakte. Niet optreden voor duizenden mensen. Maar kwetsbaar durven zijn.
Ze besloot haar verhaal te delen. Niet vluchtig op social media, maar in interviews waarin ze niets achterhield. Ze vertelde over haar jeugd, over het misbruik, over de impact die dat jarenlang op haar leven had en over de weg die ze heeft afgelegd om zichzelf weer terug te vinden.
Wat daarna gebeurde, had ze nooit kunnen voorspellen.
Haar inbox liep vol. Niet met complimenten over haar muziek. Maar met verhalen.
Van vrouwen.
Van mannen.
Van mensen die haar schreven dat ze dankzij haar eindelijk de moed hadden gevonden om hun eigen verleden onder woorden te brengen. Sommigen vertelden het voor het eerst aan hun partner. Anderen aan hun ouders. Weer anderen zochten eindelijk professionele hulp.
“Toen besefte ik dat eerlijk zijn soms veel meer impact heeft dan succesvol zijn.”
Die zin vat Jennifer misschien nog wel beter samen dan welke functietitel ook. Ze wil geen perfecte versie van zichzelf laten zien.
Ze wil laten zien dat je, ondanks alles wat je hebt meegemaakt, nog steeds een mooi leven kunt bouwen. Niet omdat het verleden verdwijnt.
Maar omdat het niet langer bepaalt wie je bent. Die overtuiging bracht haar uiteindelijk ook bij Free a Girl.
Niet als ambassadeur die af en toe een bericht deelt.
Maar als mens.
Via haar goede vriendin Yolanthe Cabau leerde ze de stichting van dichtbij kennen. Ze hoorde de verhalen achter de cijfers. Verhalen over kinderen die letterlijk uit seksuele uitbuiting werden bevrijd. Over undercovermissies waarbij levens op het spel staan. Over moed die bijna niet in woorden is uit te drukken.
Voor Jennifer kwam het dichtbij.
Misschien wel dichterbij dan voor de meeste mensen. Omdat ze wist hoe één gebeurtenis een mensenleven kan tekenen. Ze besloot niet aan de zijlijn te blijven staan. Ze reisde naar India.
Niet voor een optreden. Niet voor een festival. Maar om een maand lang te werken met kinderen die door Free a Girl waren bevrijd uit seksuele uitbuiting.
Ze gaf dansles. Zangles. Lachte met ze. Speelde. Luisterde.
En ontdekte dat heling soms begint met iets heel eenvoudigs.
Gezien worden.
“Ik dacht dat ik daarheen ging om iets te geven. Uiteindelijk kreeg ik veel meer terug.”
De reis veranderde haar.
Waar succes vroeger misschien nog werd gemeten in optredens en boekingen, begon ze het steeds vaker te meten in betekenis.
Wat laat je achter? Wie heb je geraakt? Voor wie heb je het verschil gemaakt? Dat werden de vragen die haar steeds vaker bezighielden. Ook op het podium veranderde daardoor iets.
Jennifer wilde niet langer alleen muziek draaien. Ze wilde verhalen vertellen.
Tijdens haar shows verwerkt ze bewust momenten waarop de muziek even plaatsmaakt voor een boodschap. Over liefde. Over vrijheid. Over gelijkwaardigheid. Over jezelf mogen zijn.
Tijdens Pride gebruikte ze historische beelden om stil te staan bij de strijd voor acceptatie. Op andere momenten spreekt ze haar publiek toe over verbinding, juist in een wereld die steeds verder lijkt te verharden.
“Als artiest heb je invloed. Dan vind ik ook dat je daar iets goeds mee moet doen.”
Het is geen act. Geen marketing. Geen zorgvuldig bedachte positionering. Wie Jennifer spreekt, merkt al snel dat dit simpelweg is wie ze is.
Ze gelooft dat muziek mensen kan verbinden op een manier waarop woorden dat soms niet meer kunnen.
Dat een dansvloer even alle verschillen laat verdwijnen.
Dat niemand daar kijkt naar afkomst, geaardheid, religie of status.
Alleen naar het moment. Misschien is dat precies waarom ze doet wat ze doet. Niet om bewonderd te worden. Maar om mensen, al is het maar voor een paar minuten, met elkaar te verbinden. Toch is ook Jennifer gewoon mens.
Ze twijfelt.
Ze is onzeker.
Ze kent verdriet.
Na het verlies van iemand die haar dierbaar was, na een moeilijke relatiebreuk en een periode waarin meerdere ingrijpende gebeurtenissen elkaar opvolgden, moest ze zichzelf opnieuw leren kennen.
Ze zocht rust.
Niet in meer werk.
Maar in stilte.
Ze mediteert veel. Wandelt uren alleen door het Amsterdamse Bos. Reist om afstand te nemen van de drukte. Verdiept zich in spiritualiteit. Niet omdat ze antwoorden zoekt op alles, maar omdat ze heeft geleerd dat je soms eerst stil moet worden om jezelf weer te kunnen horen.
“Ik geloof dat alles wat mij is overkomen, mij heeft gevormd tot de vrouw die ik vandaag ben.”
Dat betekent niet dat ze blij is met wat er gebeurde. Wel dat ze weigert erdoor gedefinieerd te worden. Ze koos ervoor haar pijn om te zetten in kracht. Niet alleen voor zichzelf.
Maar ook voor anderen.

She Builds, letterlijk!
Wanneer ik Jennifer aan het einde van ons gesprek vraag welk advies ze vrouwelijke ondernemers wil meegeven, hoeft ze daar geen seconde over na te denken.
“Luister niet te veel naar mensen die jouw droom kleiner maken.”
Ze glimlacht.
“Vaak zijn dat juist de mensen die zelf nooit hebben gedaan waar jij van droomt.”
Misschien is dat wel de rode draad van haar hele verhaal. Een meisje uit Amsterdam dat weigerde zich te laten vertellen wat onmogelijk was. Een artiest die een nieuw concept bedacht terwijl iedereen zei dat het niet zou werken. Een ondernemer die ontdekte dat niemand harder voor haar droom zou rennen dan zijzelf.
Een vrouw die haar grootste pijn niet gebruikte als excuus, maar als brandstof om anderen hoop te geven.
Wie Jennifer Cooke alleen ziet op een festival, ziet een artiest. Wie haar verhaal kent, ziet iets veel groters. Een vrouw die begrijpt dat succes niet begint bij volle agenda’s, grote podia of internationale erkenning.
Succes begint op het moment dat je besluit trouw te blijven aan jezelf. Ook als niemand anders jouw visie nog ziet. En misschien is dat wel de mooiste les die Jennifer achterlaat.
Je nalatenschap wordt niet bepaald door hoeveel mensen jouw naam kennen.
Maar door hoeveel mensen moed vonden, omdat jij besloot jouw eigen verhaal te vertellen.