Hij had accountant kunnen worden, of bankier. Dat was tenslotte de logische route na een studie bedrijfseconomie. Maar Zekai Aksoy wist al lang dat zijn toekomst zich niet achter een bureau zou afspelen. Hij wilde bouwen, ondernemen, creëren. Liefst samen met zijn broer. Nu, jaren later, staat hij aan het roer van een succesvol horecaconcept dat zowel Haarlem als Heemstede heeft veroverd. Maar achter de volle terrassen, lovende reviews en wachtlijsten schuilt een verhaal van intuïtie, keihard werken, diepe dalen en een bijna rotsvast geloof in eigen kunnen.
Van shoarmazaak naar visie
Zoals bij veel ondernemers begon het niet met een briljant masterplan, maar met doen. Gewoon beginnen. Tijdens zijn studie verkocht Zekai voetbalreizen. Daarna had hij een telefoonwinkel. En in 2015 nam hij samen met zijn broer het Eethuis Helal over in HaarlemNoord.
“Dat was echt zeven dagen per week knallen,” vertelt hij. “Tot twee, vier uur ’s nachts. Ik was 23, dus je gaat gewoon. Je denkt niet na.” Het werd een succes. Druk, altijd druk. Maar ergens begon het te knagen. Niet omdat het niet liep integendeel maar omdat hij voelde dat het niet het eindstation was.
“Ik liep langs tafels en vroeg of alles naar wens was, mensen keken mij verbaasd aan om dat ze dat niet verwachten in een shoarmazaak. Toen dacht ik: oké… dit is het niet helemaal voor mij.” Dat moment, dat kleine, bijna ongemakkelijke besef werd een kantelpunt. Niet dramatisch, niet groots aangekondigd. Gewoon een stille conclusie: tijd voor iets anders.
In de tussentijd bleef Zekai niet stil zitten hij startte samen met zijn broer een autohandel, ze hielden zich vooral bezig met de inkoop en verkoop van auto’s.
Kansen zie je of toch niet
Wat daarna gebeurde, typeert Zekai misschien nog wel het meest. Geen uitgebreide businessplannen, geen maandenlange analyses. Maar opletten. Luisteren. En toeslaan op het juiste moment. Een pand op het Marsmanplein in Haarlem-Noord. Jarenlang liepen hij en zijn broer erlangs. Fantaseerden ze erover. “Dat zou toch wat zijn…”
Via via hoorden ze dat het te koop stond. Ze gingen kijken, kwamen niet overeen en haakten af. Een jaar later: een Facebookbericht. De zaak ging stoppen. Te laat, leek het. Verkocht aan iemand anders.
Maar toch als je blijft manifesteren kan het zo een andere kant opslaan. Een paar maanden later ging de telefoon. Of hij het wilde overnemen, de kok was weg en de nieuwe eigenaren konden niet koken.
“Die avond was het rond,” zegt hij lachend. “Niet nadenken. Gewoon doen.”
PeperZout: meer dan een naam
Het werd het begin van PeperZout. Een naam die simpel klinkt, maar alles zegt.
Zekai groeide op als jongen van Turkse komaf in groeide op in Haarlem. “Je bent eigenlijk een mix. En dat wilden we ook uitstralen.”
Geen ingewikkelde Turkse naam die misschien afstand creëert. Geen hippe, ongrijpbare conceptnaam. Gewoon: PeperZout. Toegankelijk, herkenbaar. Voor iedereen.
“Je wilt dat mensen zich meteen welkom voelen. Dat ze niet denken: is dit wel voor mij?” Dat bleek een gouden zet. Binnen drie weken zat de zaak vol. En daarna bleef het vol.
Het mooie van Peperzout is dat ze het samen doen. Zekai stond in het begin in de keuken en zijn broer aan de voorkant. Zo hadden ze gelijk een mooie verdeling in hun eigen expertise.
Het geheim? Geen geheim
Vraag hem wat hun succes is en hij noemt niet als eerste het eten. Of de locatie. Of de marketing. “Service,” zegt hij zonder aarzelen.
En dat merk je. Hij loopt rond, maakt praatjes, onthoudt gezichten. Het is geen trucje, geen aangeleerd horeca gedrag, het is wie hij is.
“Je komt binnen en iemand zegt: hé, wat leuk dat je er bent. Dat is het.”
Het klinkt bijna te simpel. Maar in een tijd waarin veel horeca draait op concepten, Instagramwaardige borden en dure interieurs, blijkt het juist dat menselijke contact te zijn dat blijft hangen.
Corona, brand en keihard doorgaan
En toen kwam corona. Vijftien maanden open, geen recht op steun, lockdowns, onzekerheid.
“Maar we gingen gewoon door,” zegt hij. “Ik wist nog hoe bezorgen werkte van de shoarmazaak. Binnen no time hadden we een app.”
Ze draaiden door. Sterker nog: ze verkochten meer eten dan ooit. Niet in het restaurant, maar via bezorging. En net toen je denkt: oké, ze hebben het zwaarste gehad… gebeurde het volgende.
Brand.
“Zes maanden dicht,” zegt hij. “En we waren ook nog eens slecht verzekerd.” Het is zo’n moment waar veel ondernemers op breken. Waar alles instort. Maar hier gebeurde iets anders.
Toen de brand nog woedde startte een vaste klant een crowdfunding, daarin kregen we veel steun. Mensen bleken massaal betrokken en staken ons een hart onder de riem. De opbrengst van de crowdfunding was een mooi begin voor een nieuwe start.
“Toen realiseerden we ons pas hoe bekend we al waren.” Zes maanden later gingen ze weer open. Compleet vernieuwd en sterker dan tevoren.


Ondernemen op gevoel (en een beetje tegen de regels in)
Wat opvalt aan Zekai is hoe hij schippert tussen twee werelden. Hij is opgeleid als bedrijfseconoom, maar onderneemt op gevoel.
“Hij keek de eerste jaren niet eens naar winst,” zegt hij. “Mijn KPI was: zit het vol?” Voor veel mensen klinkt dat als financieel onverantwoord. Voor hem was het logisch.
“Je kan denken in kosten, maar je kan ook denken in opbrengsten.” Dat betekent investeren. Soms misschien meer dan “verstandig” is. Maar wel met een overtuiging: dit gaat werken.
En tot nu toe heeft hij gelijk gehad.
De tweede zaak, want waarom niet?
Terwijl ze nog bezig waren met herstellen van corona en de brand, diende de volgende kans zich aan. Een tweede locatie in Heemstede.
“We hadden al gehoord dat het beschikbaar was,” vertelt hij. “Maar toen ik de foto’s zag… ik kon niet meer slapen.” De volgende dag zaten ze aan tafel. Deal gesloten. Weer zonder eindeloze analyses.
Het klinkt bijna roekeloos. Maar dat is het niet. Het is een combinatie van ervaring, intuïtie en misschien wel het belangrijkste zelfvertrouwen.
“Ik geloof gewoon dat het gaat werken.”
De eerste dag dat ze open gingen in Heemstede zaten ze al vol, en tot op de dag van vandaag is dat nog steeds aan de orde.
Werk, leven en alles daartussenin
En dan is er nog het privéleven. Want ja, dat bestaat ook.
Zijn vrouw leerde hem kennen precies op het moment dat het restaurant begon. “Ze weet niet beter,” zegt hij. Dagenlang elkaar niet spreken. Alleen op maandag vrij dan hadden we een date bij de groothandel.
Romantisch? Niet per se. Maar wel echt.
Nu, jaren later, is er iets meer balans. Meer avonden thuis. Overdag flexibeler. Kinderen die hem soms aankijken alsof hij een soort gast is in hun eigen huis.
“Met kinderen word je wel softer,” geeft hij toe. “Dan ga je toch anders kijken.”
Familie als fundament
Zijn verhaal is er niet een van een eenzame ondernemer die alles zelf heeft opgebouwd. Integendeel. Zijn broer is zijn zakenpartner. Zijn zus had twintig jaar een kapsalon.
Ondernemen zit in het DNA.
Maar nog belangrijker: de basis thuis. “Liefde, rust en vrijheid,” zegt hij. “Dat hebben we meegekregen.” Het klinkt bijna cliché, maar in zijn verhaal voelt het allesbehalve dat. Het is de stille motor achter alles.
De toekomst: groter, maar anders
Er komt waarschijnlijk een derde zaak. Maar niet om de hoek.
“We trekken mensen uit Amsterdam, Rotterdam… dan moet je niet met jezelf gaan concurreren.” Misschien een andere stad. Misschien zelfs het buitenland. Hij staat ervoor open.
Maar tegelijkertijd ziet hij ook de uitdagingen. De stijgende kosten. Het ondernemersklimaat in Nederland. “Het wordt moeilijker,” zegt hij eerlijk. “Maar horeca blijft.”
Want mensen blijven uit eten gaan. Misschien zelfs meer dan ooit.
Les van de dag
Als je hem vraagt wat hij anders zou doen, hoeft hij niet lang na te denken.
“Eerder loslaten,” zegt hij. “Delegeren.” Jarenlang deed hij alles zelf. Boekhouding, social media, inkoop. Alles. “Dat heeft ons ook gebracht waar we zijn,” zegt hij. “Maar als je wil groeien, moet je leren loslaten.” Het is misschien wel de meest herkenbare ondernemers les van allemaal.

En toch…
Wat blijft hangen na het gesprek is niet per se het succesverhaal. Niet de groei, de tweede zaak, de plannen voor meer. Het is die combinatie van lef en nuchterheid.
Niet nadenken, maar ook keihard werken. Groot dromen, maar tegelijkertijd gewoon zorgen dat de tafels vol zitten. Trots zijn op je roots én op Nederland. En misschien is dat wel precies waarom het werkt. Omdat het niet geforceerd is en niet bedacht.
Gewoon… PeperZout