Anouk – Van mode naar mortadella: hoe Anouk haar leven omgooide voor een Italiaans restaurant (en waarom dat allesbehalve romantisch is)

Er zijn van die verhalen die beginnen met een droom, een moodboard, een Pinterestbord vol terrazzo vloeren, gouden bestek en perfecte pasta’s die glanzen in het avondlicht. Vroeg in de ochtend fiets ik naar Anouk, samen met haar partner is zij eigenaar van restaurant Adamo in Haarlem. Het is een stel die hun dromen achterna zijn gegaan. Of nou ja. Het is wél een droom. Maar dan eentje van veel keuzes maken, personeelsroosters, twijfels om drie uur ’s nachts en multitasken tussen moeder zijn en ondernemer. “Als je iets wil,” zegt ze, “dan moet je het gewoon dóén.” En precies dat deden zij en haar partner Luca.

“Ik kom helemaal niet uit de horeca”

Anouk is niet het type dat van jongs af aan wist dat ze een restaurant wilde beginnen. Integendeel. Haar wereld was jarenlang die van mode: inkoop, productie, marketing. Strakke collecties, deadlines, spreadsheets. “Ik zat gewoon op kantoor,” vertelt ze nuchter.

Totdat er langzaam iets begon te schuiven. Geen dramatisch keerpunt met violen op de achtergrond. Meer een groeiend gevoel dat er ‘iets anders’ moest komen.

Luca haar partner sinds haar zeventiende had die horeca achtergrond wél. Italiaans, opgegroeid in een familie met een restaurant. Eten, gastvrijheid, lange tafels, die typische Italiaanse passie: het zat in zijn systeem. “Daar ben ik gewoon ingerold,” zegt Anouk.

“Niet omdat ik dat van huis uit had, maar omdat ik er zo dichtbij kwam te staan.” En ergens onderweg veranderde ‘meekijken’ in ‘meedenken’. En dat weer in ‘misschien ooit samen iets doen’.

Het moment dat alles kantelt

Soms heb je een duwtje nodig. Of eigenlijk: een schop. Twee jaar geleden kwam het pand vrij waar ze nu zitten. Het ging erg snel, de eigenaar van het pand overleed in korte tijd en ook de vader van Luca overleed plotseling.

Dat was voor hun het keerpunt. Ineens werd het concreet. “Toen dachten we echt: waar wachten we eigenlijk op?” Geen eindeloze twijfels, geen tien alternatieven. Gewoon: dit is het. “We gaan het doen.”

Spoiler: niemand staat op je te wachten

Er is een romantisch beeld van een restaurant openen. De deuren gaan open, de tafels zitten vol, mensen staan in de rij. Maar de realiteit? “Je moet gewoon zorgen dat mensen je weten te vinden,” zegt Anouk. “En dat is echt spannend.”

Want anders dan bij een baan in loondienst, waar het salaris gewoon elke maand binnen komt, begint hier alles op nul. En de kosten? Die zijn er meteen: Personeel, inkoop, huur, interieur. “Dat loopt niet langzaam op,” zegt ze. “Dat is er gewoon. Vanaf dag één.” Toch hadden ze vertrouwen. “We hebben nooit gedacht: het gaat niet lukken.

Maar je moet er wel zelf in geloven. Anders hoef je er niet eens aan te beginnen.”

De verdeling: hij de keuken, zij alles daarbuiten

Als je Anouk hoort praten, merk je al snel: dit is geen klassieke rolverdeling, maar wel een hele duidelijke. Luca is de man van de vloer.

De gastheer, de keuken, de beleving op dat moment. Anouk? Alles daaromheen. “Interieur, branding, social media, personeel… eigenlijk alles wat achter de schermen gebeurt.” En dat werkt.

Juist omdat ze zich niet met elkaars terrein bemoeien. “Ik ga niet zeggen wat er op de kaart moet. En hij gaat niet bepalen welke kleur de bank krijgt.” Klinkt simpel maar dat is het niet. Maar het is wél de reden dat het werkt.

Van moodboard naar werkelijkheid

Een van de mooiste momenten? Niet de opening. Niet de eerste volle avond. Maar het moment dat haar idee tastbaar werd. “Ik had een moodboard gemaakt,” vertelt ze. “Gewoon een gevoel. Kleuren, materialen, sfeer.”

En toen stond ze ineens in die ruimte. Haar ruimte. “En dat het dan echt wordt… dat is zó bijzonder.” Geen grote verbouwing. Geen muren eruit. Maar wel een complete transformatie. “De basis was goed. Maar het voelde totaal niet als ons.” Dus gaven ze het een facelift.

Weg met de gifgroene banken en blauwe hoeken. Hallo warme tinten, rust, en een interieur dat klopt met het eten. Want dat is wat ze wilden: een totaalbeleving.

Waar ze bijzonder trots op zijn, is dat er in relatief korte tijd al mooie erkenningen zijn behaald. Binnen twee jaar wist Adamo meerdere prijzen in de wacht te slepen, waaronder de titel voor beste Italiaanse restaurant van Nederland, toegekend door het Italië Magazine.

Daarnaast volgde een vermelding in Gault & Millau, met een score van 13 op 20. Deze onderscheidingen vormen een waardevolle bevestiging van het werk dat dagelijks wordt geleverd en onderstrepen waar Adamo voor staat.

De klanten: geen snelle pizza

Dit is geen plek waar je even snel een pizza naar binnen schuift. “Het is echt een avond uit,” zegt Anouk. Dertig plus, tweeverdieners, mensen die willen genieten. Van eten, wijn, sfeer. Geen haast. Geen snelle hap.

En dat zie je terug in alles. Kleine kaart. Klassieke Italiaanse keuken. Maar wel met een twist. Geen trends najagen om het trendmatig zijn. “Maar we sluiten ook niemand uit,” zegt ze.

“We hebben bijvoorbeeld wel glutenvrije opties.” Balans dus. Tussen authenticiteit en toegankelijkheid.

Ondernemen = altijd aanstaan

Er is één ding waar Anouk heel eerlijk over is: ondernemen is niet ‘vrijheid’. Of nou ja. Niet alleen. “Je bent altijd aan het werk,” zegt ze. En toch. “Je kunt je tijd wel zelf indelen.

En dat is heel fijn.” Dus ja, ze haalt soms haar kinderen om twaalf uur van school. En ja, ze werkt dan ’s avonds weer verder.

“Maar dat voelt anders dan een hele dag op kantoor zitten.” Sterker nog: in het begin voelde het bijna alsof ze aan het spijbelen was. “Dat ik dacht: mag dit wel?”

Liefde, werk en twee kinderen

Alsof een restaurant runnen nog niet intens genoeg is, doen ze het ook nog samen. Als stel. Met twee kinderen.

Hoe dan? “Het loopt wel in elkaar over,” geeft ze toe. Hij werkt ’s avonds in de zaak. Zij is dan thuis met de kinderen. Overdag regelt zij alles. Hij doet inkopen, staat op de vloer.

En zondag? “Heilig.” Familiedag. Geen werk. Niet praten over het restaurant. “Dat proberen we echt.” Proberen, ja. Want natuurlijk glipt het er soms toch tussendoor.

Twijfels? Natuurlijk

Ondernemers die zeggen dat ze nooit twijfelen, liegen.

“Tuurlijk denk je soms: was dit wel de juiste keuze?” Voor Anouk zit de grootste uitdaging verrassend genoeg niet in de cijfers, maar in iets veel persoonlijkers: reviews.

“Als iemand iets negatiefs zegt, kan ik dat best persoonlijk nemen.” Terwijl ze weet dat het erbij hoort. Dat je ervan moet leren.

“Maar je wilt gewoon dat iedereen een fijne avond heeft.” En als dat niet zo is, komt dat binnen.

De kracht van iets maken dat van jou is

Vraag haar wat ze het mooiste vindt aan ondernemen en haar antwoord komt zonder aarzeling: “Dat je je eigen visie tot leven kan brengen.”

Dat niemand zegt: dit past niet bij ons merk. Dat niemand je afremt. Dat je iets creëert. En dat mensen daar vervolgens van genieten. “Dat is echt het mooiste.”

En de toekomst?

Geen grootspraak, geen vijfjarenplan vol targets en cijfers. Maar wél een duidelijke droom. “Adamo als totaalmerk.”

“We willen graag dat mensen een stukje van die ervaring ook thuis kunnen hebben.”

Er wordt achter de schermen hard gewerkt aan een volgende stap die daar naadloos op aansluit. Zo is de ontwikkeling van een eigen wijnwebshop inmiddels in een vergevorderd stadium.

Een primeur! De verwachting is dat deze binnen enkele maanden gelanceerd kan worden. Met de webshop spelen ze in op een duidelijke en terugkerende behoefte van hun gasten.

Regelmatig krijgen ze de vraag waar een specifieke wijn te koop is, nadat iemand er in het restaurant enthousiast over is geraakt. Door dit zelf via Adamo aan te bieden, wordt het mogelijk om die beleving door te trekken naar thuis: gasten kunnen straks niet alleen herinneringen meenemen, maar ook de wijnen die daarbij horen.

De realiteit achter het plaatje

Het is makkelijk om naar een mooi restaurant te kijken en te denken: wat een leven. Maar als je Anouk hoort, zie je het hele plaatje.

De lange dagen, de verantwoordelijkheid, de twijfel en de constante stroom aan keuzes. Maar ook: De vrijheid, de creativiteit. Het bouwen aan iets dat echt van jou is.

“Het voelt minder als werk,” zegt ze. “Omdat je doet wat je leuk vindt.” En misschien is dat wel de kern van haar verhaal. Niet dat het makkelijk is en ook zeker niet dat het perfect is. Maar dat het het waard is.

“Gewoon doen”

Als er één zin is die blijft hangen na het gesprek, is het deze: “Als je iets wil, moet je het gewoon doen.”

Niet wachten tot het perfecte moment. Want dat komt niet. Niet blijven hangen in twijfel. Want dat helpt niet. Gewoon beginnen.

En dan onderweg wel zien hoe het loopt. Met een beetje lef, een beetje liefde en vooral met heel veel passie.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You May Also Like