Er zijn ondernemers die ondernemen omdat ze rijk willen worden. Omdat ze doelen hebben, targets, een stip op de horizon. En er zijn ondernemers die simpelweg niet anders kunnen. Mensen voor wie werken geen keuze is, maar een tweede natuur. Die onrustig worden als de agenda leegloopt. Niet omdat het financieel moet, maar omdat stilzitten simpelweg niet in hun systeem zit.
Jim is zo iemand. Als ik hem spreek in zijn showroom in Lelystad, is het meteen duidelijk: dit is geen man van gladde verkooppraatjes of ingestudeerde ondernemersquotes. Jim praat snel, eerlijk en zonder opsmuk. Over werken. Over zijn vader. Over hout. Over drukte in zijn hoofd. En over waarom hij in Spanje ineens wél kan stofzuigen, terwijl hij dat thuis nog nooit heeft gedaan.
Het gesprek gaat over vloeren, maar eigenlijk gaat het over veel meer dan dat.
Over generaties. Over bewijsdrang. Over ondernemen in een tijd waarin alles sneller moet. En over de kunst van iets maken dat tientallen jaren meegaat.
“We gaan niet niks doen”
Jim groeide letterlijk op tussen de houten vloeren. Zijn ouders begonnen ooit klein, nadat ze vanuit Amsterdam naar Lelystad verhuisden. Zijn vader werkte eerst als onderaannemer voor grote parketbedrijven, totdat hij steeds meer eigen klanten kreeg en uiteindelijk een eigen winkel begon.
Toen Jim zestien was, ging het op school niet bepaald fantastisch.
“Mijn vader moest op school komen omdat het niet zo goed ging,” vertelt hij droog. “Maar mijn vader had de oplossing al: ik ging van school af.”
Lachen doet hij erbij, maar het typeert ook meteen de mentaliteit waarmee hij is opgegroeid.
“Bij ons thuis was het: we gaan niet niks doen.” Dus ging hij werken. Parket leggen.
En dat is, voor wie romantische Pinterestbeelden heeft van mooie visgraatvloeren, gewoon kneiterhard werken. Vroeg opstaan. Sjouwen. Op je knieën. Lange dagen maken. “Je gaat weg als de klus af is,” zegt hij. “Dat kan vier uur zijn, maar ook zes uur.”
Toch hoor je nergens spijt.
Integendeel zelfs.
Zijn vader leerde hem het vak. Echt het vak. Niet alleen verkopen, maar maken, techniek, oplossingen, details. En juist daar zit nog altijd zijn grootste liefde.
Geen concurrenten, alleen concullega’s
Wat opvalt aan Jim is dat hij weinig bitterheid heeft richting concurrentie. Terwijl de vloerenbranche tegenwoordig overvol zit. “Vroeger was het een nichemarkt,” vertelt hij. “Nu kan je op iedere hoek van de straat parket of pvc kopen.”
Toch noemt hij concurrenten liever concullega’s.
“Als zij het beter doen dan ik, zijn ze slimmer, kopen ze beter in of doen ze iets handiger.”
Het klinkt bijna ouderwets sportief. Geen online borstklopperij. Geen afzeiken van anderen. Gewoon: als iemand beter is, moet je zelf beter worden. Volgens Jim zit de kracht van zijn bedrijf uiteindelijk niet in schreeuwerige marketingcampagnes, maar in iets veel simpelers: afspraken nakomen.
“Wat je zegt, moet je doen.”
Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in een tijd waarin klanten soms maanden moeten wachten op aannemers die niet terugbellen, blijkt betrouwbaarheid misschien wel het meest luxe product dat er bestaat.
Daarnaast werkt hij vrijwel alleen met vaste mensen. Geen leger aan wisselende zzp’ers, maar een team dat elkaar kent. Dat tempo kan maken. Want snel werken kunnen ze.
“Wij komen soms met zes man tegelijk,” vertelt hij lachend. “Het is een beetje oorlog voeren.”
Snel, maar wel mooi. En dat blijkt een gouden combinatie.

“Ik ben een man met een houten hart”
Vraag Jim naar pvc en je ziet meteen een glimlach verschijnen. Niet omdat hij het haat hij verkoopt het zelf ook maar omdat je voelt dat zijn liefde ergens anders ligt.
“Ik ben een man met een houten hart.” En eerlijk: dat hoor je bijna niemand meer zo zeggen.
Waar veel bedrijven volledig meegaan in trends, duurzaamheidstaal en marketingtermen, praat Jim vooral vanuit gevoel. Vanuit materiaal. Vanuit karakter.
“Hout leeft. Geen plank is hetzelfde.” Hij noemt een houten vloer een verrijking van je woning. Iets dat mooier wordt met de jaren. Iets dat mag slijten.
Sterker nog: volgens hem zijn juist de krasjes mooi. “Een houten vloer met een krasje en een deukje? Mooi hè. De mooiste vrouw heeft ook een moedervlekje.”
Het is zo’n uitspraak die veel zegt over hoe hij naar dingen kijkt.
Niet perfect hoeft perfect te zijn.
En misschien geldt dat niet alleen voor vloeren.
Het ondernemersbrein staat nooit uit
Hoewel Jim inmiddels succesvol is, meerdere bedrijven heeft en financieel allang niet meer “moet”, werkt hij nog steeds alsof hij iets moet bewijzen.
En ergens is dat ook zo. Op de vraag waar die bewijsdrang vandaan komt, antwoordt hij eerlijk: “Richting mijn vader.”
Hij wilde laten zien dat hij het kon. Dat hij het bedrijf waard was. Dat hij geen steken liet vallen. Dat zorgde ervoor dat werk jarenlang overal doorheen liep. Ook thuis.
“Ik had werk en privé beter moeten scheiden.”
Die zin komt er opvallend snel uit, zonder verdediging, zonder excuses.
Hij weet dat hij het werk vroeger zwaar mee naar huis nam. Dat het niet altijd goed was voor zijn gezin. Voor zijn vrouw. Voor zijn kinderen. En dat is misschien juist wat dit gesprek zo prettig maakt: het is nergens opgepoetst.
Geen succesverhaal zonder rafelranden.
Want ondernemen klinkt vaak glamorous, maar voor veel ondernemers van zijn generatie betekende het vooral altijd aanstaan. Altijd bereikbaar zijn. Altijd doorgaan.
“Mijn telefoon staat altijd aan,” zegt hij. “Je moet bereikbaar zijn.”
En misschien is dat precies waarom Spanje zo belangrijk voor hem is geworden.

Spanje als uitknop
Zodra Jim in Spanje landt, gebeurt er iets geks. “Dan gaat het compleet uit mijn systeem.”
Hij zegt het bijna verbaasd zelf.
In Nederland kan hij moeilijk ontspannen. Hij heeft geen hobby’s. Geen behoefte aan wellnessmiddagen of thuis op de bank hangen. Werken is zijn ritme geworden. Zijn structuur. Zijn daginvulling.
Maar in Spanje verandert hij. “Ik heb thuis nog nooit gestofzuigd,” zegt hij lachend. “Maar daar zet ik de schoenen recht en lap ik ramen.”
Alsof zijn hoofd daar eindelijk rust krijgt.
Hij en zijn vrouw dromen ervan om langzaam iets meer af te bouwen. Niet stoppen met werken daarvoor ondernemen ze te graag maar wel meer genieten.
Meer reizen. Meer samen zijn.
Zijn bucketlist is opvallend simpel. Gezond oud worden, tijd hebben, reizen maken. Met de auto naar Spanje rijden in plaats van gehaast in één ruk door.
Geen extreme luxe, geen grootspraak, gewoon rust.
Een generatieverschil dat schuurt
Tijdens het gesprek komt ook de jongere generatie ter sprake. En daar is Jim uitgesproken over. Hij begrijpt niet altijd hoe jongeren tegenwoordig naar werk kijken. Minder dagen werken, meer balans zoeken, sneller grenzen aangeven voor hem blijft het soms lastig te begrijpen.
Hij groeide op in een generatie waarin werken vanzelfsprekend was. Waar “gewoon doorgaan” de norm was. Zijn eigen kinderen kijken daar anders naar.
“Die zien mij om 5.15 uur opstaan en denken: pap is hartstikke gek.” En eerlijk is eerlijk: misschien hebben ze ergens ook gelijk.
Want hoewel Jim trots is op wat hij heeft opgebouwd, ziet hij ook wat het hem heeft gekost. Hoe werk jarenlang overal doorheen liep. Hoe moeilijk het was om echt stil te staan.
Tegelijkertijd blijft hij geloven in hard werken. “In Nederland moet je tegenwoordig bijna zeven dagen werken om rond te komen,” zegt hij.
Het typeert een ondernemer die gevormd is door actie. Door productie en door altijd door te gaan.
Meer dan alleen vloeren
Wat veel mensen niet weten, is dat Jim inmiddels veel meer doet dan alleen vloeren.
Naast het bedrijf heeft hij vastgoed én runt hij samen met een jeugdvriend meerdere onbemande wasboxen in Nederland. Een totaal andere branche, maar wel weer typisch ondernemend.
“Dagbesteding is belangrijk,” zegt hij. Dat is misschien wel de kern van alles.
Niet het geld, niet de status.
Maar bezig zijn, creëren, iets neerzetten.
En dat zie je ook terug in hoe hij over klanten praat. Over relaties opbouwen. Over mensen die terugkomen als ze verhuizen. Of zelfs na een scheiding opnieuw bellen.
Dat vertrouwen vindt hij uiteindelijk belangrijker dan omzetcijfers.
“Ik ben al blij als ik sta volgende week woensdag”
Misschien is het mooiste moment uit het hele gesprek wel wanneer hem gevraagd wordt waar hij over vijf jaar wil staan. Veel ondernemers zouden nu iets zeggen over groei, schaalbaarheid of internationale ambities.
Jim niet. “Ik ben al blij als ik sta volgende week woensdag.” Het is grappig bedoeld, maar er zit ook iets ontroerends in.
Een man die zijn hele leven heeft gewerkt. Altijd verantwoordelijk is geweest. Voor klanten, voor personeel, voor familie, voor bedrijven.
En die nu langzaam leert dat het misschien ook oké is om iets minder hard te rennen. Niet omdat hij ondernemen zat is. Maar omdat hij eindelijk begrijpt dat genieten óók ergens op de planning mag staan. En misschien is dat uiteindelijk de mooiste les van dit gesprek. Dat succes niet altijd zit in groter, sneller of meer.
Soms zit succes gewoon in een vloer die na veertig jaar nog steeds mooi is.
Net als de ondernemer die hem gelegd heeft.